Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van geen onderscheid tusschen hemel en aarde wil weten, maar slechts van ééne, ondeelbare, overal samenhangende natuur die het één en al is, en die, met het onderscheid van hemel en aarde, ook den persoonlijken God, den Schepper, buitensluit; in een tijd, nu men het van alle zijden, niet het meest van natuurkundigen maar het meest van wijsgeeren zonder wijsbegeerte, van vooruitgangsmannen van twintig jaren en daaronder, ja, van kinderen op de school hoort verkondigen, dat daar geen boven en geen beneden is, wel sterren niaor geen hemel; nu zelfs onder vrouwen een vuur van ijver ontbrand is voor de materialistische wereldbeschouwing.

Wat mist gij, zoo gij niet aan een hemel gelooft? Wij weten het even goed als gij dat het uitspansel boven onze hoofden met zijne millioenen sterren niet de hemel is in den religieusen zin des woords: maar toch wij gaan uit met Abraham, den vader der geloovigen, en hooren het woord: zie nu op naar den hemel, en tel de sterren, indien gij ze tellen hunt (Gen. XV: 5), en zien in die tallooze menigte het beeld van de tallooze menigte van de kinderen Gods, van de tienduizenden van engelen, en van de groote schare die niemand tellen kan uit alle natiën en geslachten en volken en talen, te zamen het loflied aanhett'ende voor Hem die op den troon zit. Wij verdiepen ons met Jesaja in de aanschouwing der eeuwige regelmaat niet van een werktuig maar van een geordend leger, en prediken met hem: heft uwe oogen op omhoog, en ziet wie deze dingen geschapen heeft; die in getal hun heir voortbrengt, die ze alle bij name roept, van wege de grootheid zijner krachten en omclat hij sterk van vermogen is: er wordt niet één gemist (XL : 2(3.)

Gij die geen God ziet in het firmament, en voor wien het woord hemel geene beteekenis meer heeft, wat ziet gij in liet onmetelijk sterrenheir? Een onmetelijk ruim, eene oneindige stof, redelooze stofverbindingen en doellooze bewegingen, werelden die vergaan, werelden die worden, naar eene ongekende wet, eene onpersoonlijke kracht, die gij vermoedt, waarvan gij niets weet. Ach, hoe moet het u te moede zijn onder die eindelooze beweging,

IV. 20

Sluiten