Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

kunde noch van eenige der natuurkundige wetenschappen, indien wij de oogen opheffende naar den sterrenhemel met den Zoon des menschen spreken van het huis des Vaders met zijne vele woningen ; indien wij in den vruchtbaren akker met zijn stervend en herlevend tarwegraan de profetie zien van opstanding; indien wij in het goud in het hart der aarde, in de lichtstralen der edelgesteenten in de diepte met den ziener des N. Verbonds de voorteekenen aanschouwen van het nieuwe Jeruzalem nederdalende op aarde, van dat Jeruzalem dat de heerlijkheid Gods heeft en welks licht de allerkostelijkste steen gelijk is en welks twaalf poorten zijn twaalf paarlen. Wij geven ons over met blijmoedig vertrouwen aan den verheftenden indruk dien de schoonheid der schepping op ons maakt en ieder schepsel wordt ons een beeld van de heerlijkheid des Scheppers welke te aanschouwen en eeuwiglijk te aanbidden onze roem is en onze hope?

Eene onuitputtelijke stof tot aanbidding, een bepaalden vorm voor onze hoop, ja; maar ook daardoor eene gestadige aansporing om God te zoeken en te dienen is ons het geloof in Hem, als den schepper van hemel en aarde. Indien aan de eene zijde aanbidding de hoogste daad is des menschelijken geestes, eene daad die niet zonder strijd kan geschieden, die om tot een blijvenden toestand te worden eene gestadige onderdrukking vereischt van de lagere begeerlijkheden, de zelfzuchtige roerselen des harten ; indien, aan de andere, de natuur nog niet het volkomen afbeeldsel is van Gods heerlijkheid, maar evenzeer met die lagere begeerlijkheden als met de hoogere behoeften des menschen verwant is, zoowel het vleescli lokt en vleit als den geest opwekt en verheft: dan hebben wij te strijden om de laatste stem te hooren en de eerste te onderdrukken, geene slaven te worden der natuur maar dienstknechten Gods in den geest, als vrijen te wandelen te midden zijner werken. Ja, God is ons nabij, nabij „in mensch en dier, in bloem en kruid," „in stroom of waterval, in zee, in storm, bij rots of dal" (Ev. Gez. XV); in Hem is het dat wij l jve», ons bewegen en zijn; maar mogelijk is het, wij weten het

Sluiten