Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lofprijzingen een voorbehoedmiddel tegen den schrik zijns naams, een toevlucht tegen de indringende en doordringende waarheid zijns levens, tegen het zwaard zijns monds. Helaas, moeten wij predikers het niet dikwerf ervaren, dat, wanneer gij ons het meest prijst, wij het minst te prijzen zijn, en, wanneer in ons woord iets geweest is van het tweesnijdend zwaard, gij niet zeer genegen zijt om ons te prijzen, veeleer om ons te laken, schoon niet van harte i Maar ik wil hierbij niet stilstaan; de waarheid mijner bewering, dat er tnsschen Jezus Christus en de menschen een natuurlijk verband bestaat, niet alleen bewijzen uit den tegenstand, dien Jezus Christus wekt. Het tekstverband geeft een ander, een heerlijkei bewijs aan de hand. Waarom ijvert de apostel Paulus zoo vooizen fondament, dat door God gelegd is en waarvan hij de onwrikbaarheid uitspreekt? Waarom, wel wetende dat God de bouwmeester is, noemt hij zich zeiven toch mede een bouwmeester, zeggende dat hij, hij zelf, als een wijs bouwmeester, het fondament heeft gelegd? Vreemd voorzeker. Vreemd dat hij van een fondament, door hem gelegd, zou zeggen dat niemand een ander kan leggen. Is hij dan onfeilbaar, hij almachtig? Maar vreemd, niet minder, dat hij van een fondament, door God gelegd (want ■dit is in zijne bedoeling), te gelijk beweren kan dat hij het gelegd heeft. Vreemd, ja, zooals de H. Schrift vol is van dergelijke bevreemdende uitspraken en schijnbare tegenstrijdigheden; maar niet vreemder dan de zaak zelve, daardoor uitgedrukt. God zelf legt het fondament maar hij legt het door menschen; hij is de bouwmeester, maar hij bouwt door menschen. Is de Heer geen gewrocht zijner discipelen, toch bezitten wij hem alleen, zooals hij zich aan die discipelen heeft geopenbaard en medegedeeld. Buiten het apostolische woord hebben wij geen historischen Christus, hu indien nu van dien Christus der apostelen, den Christus der evangeliën en deibrieven zulk eene kracht uitgaat, zulk eene levenswerking gezien wordt, als die in de gemeente bestaat, eene kracht, die, getuige de wonderlijke en geheel eenige werking van het bijbelwoord, daai buiten niet bestaat, wat zullen wij daaruit besluiten ? Is het niet

Sluiten