Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

volgen, is het om hun recht te bewijzen, maar aan hen, die haar verlaten en die niet aarzelen te verklaren dat wij nu eerst, in de negentiende eeuw, bij het licht der natuurwetenschap, tot een zuiver christendom kunnen komen. Niet op deze wijze dus hebben wij het fondament te leggen, dat wij, — overigens eene schoone en niet onvruchtbare taak, — met de wijzen dezer eeuw redetwisten over de gronden van ons geloof, maar wel op deze wijze, dat wij onze boodschap, het evangelie des koninkrijks, verkondigen en aanbevelen aan alle consciëntie der menschen. Immers, is ook al het fondament gelegd in de gemeente, zijt gij door den doop opgenomen in de gemeente, het is daarom nog niet gelegd in alle consciëntiën. Tot bekeering dus hebben wij u te roepen. Jezus Christus u voortestellen, allereerst als den Verlosser van zondaren. Niet door het verstand tot het geweten, maar door het geweten tot het verstand leidt de weg. De heiligheid van Jezus Christus, de heiligheid, waardoor goddelijke en menschelijke natuur zich vereénigen in hem, de heiligheid spreekt onmiddellijk tot ons en zij alleen verklaart de afstootende en de aantrekkende kracht van het evangelie. Haar in het licht te stellen, dat is de beste wekstem van het geweten. Die heiligheid toch bestraft en beschaamt ons, ons die onheilig zijn. In die heiligheid vinden wij de liefde; in onze beschaming onze verheffing; in ons oordeel onze verlossing. Die heiligheid is het verterende en behoudende vuur. De Geest, in het O. Verbond als geest der kracht en deiwijsheid openbaar, is in het Nieuwe bovenal verheerlijkt als Heilige Geest, geest der heiligmaking. Langs geen anderen weg komen wij tot een blijvend, persoonlijk, zaligmakend geloof, dan langs dien der bekeering, inkeering in zich zeiven, uitgaan naar Christus. O hoe noodig is het dezen eenvoudigen heilsweg goed te begrijpen, ja, onophoudelijk aan te wijzen. Ons hart zoekt eenen anderen. Het is ons eigen in het verstand een toevlucht te zoeken tegen de onrust der consciëntie. Wij belijden eene leer en zeggen dat wij gelooven. Wij heeten liever rechtzinnig of vrijzinnig dan dat wij den levenden Christus volgen en hem tot Koning hebben in ons

Sluiten