Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

die christelijke volken, die of zelve protestantse* geworden waren, of althans met het protestantisme in levend.g verkeer stonden, niet het bewijs van de kracht diens geestes? De litteratuur is als de bloesem der maatschappij, of de thermometer waaraan de hoogte waarop eene maatschappij staat, kan worden gemeten. Welnu, waaraan is het toe te schrijven, dat, terwijl m ZuidEuropa waar het Katholicisme den scepter voert, de vroegei zoo heerlijke bloei der letteren als op eenmaal verwelkt, daai entegen het noordwestelijk Europa, het Europa van het Protestantisme, zijne vleugelen schijnt uit te breiden? Kunsten en wetenschappen bloeien: waar? In Frankrijk, in Engeland, in Nederland^Zweden en Denemarken, straks ook in Duitschland, dat b« het begin dezer eeuw nog zijne geestelijke emancipatie wachtte, dat is in de landen, die den geestelijken invloed ondervonden hadden van Luther en Calvijn. Daar is meer: de philosophie zelve die aan de kerk zoo veel te doen geeft, die zoo veel gesmade ofgewa trouwde, waaraan ontleent zij hare vleugelen, die vleugelen waarmede zij zich somtijds waagt op de koude hoogte waar haai de lucht ontbreekt en zij hare vleugelen slap moet laten nederhangen, zoo het niet is aan het geloof, dat de menschelijke gee t tatbaar is om de hoogste waarheid te ontdekken en dat de menschelijke rede aan de goddelijke verwant is, een geloof, dat de vrucht is van het Protestantisme en eene openbaring van den protestantschen geest? Of is het niet merkwaardig, dat torwql in Italië de philosophie reeds nu, in de achttiende eeuw ontaardt in dat oppervlakkig en troosteloos atheïsme, dat eerst m onze eeuw zich in de protestantsche landen openbaart, zij integendee , waar zij onder protestantschen invloed verkeert, een zekeren^godsdienstigen adem niet kan verloochenen die haar bijblijft ook waar zij ten opzichte van de openbaring veelszins öf twijfelende is öf ook beslist afkeerig? En dat zij het in zich zelve met is, dat diepe wijsbegeerte met christelijk geloof vereemgd kan zijn, daartoe zij het genoeg de namen te noemen der twee groote, protestantsche wijsgeeren van dien tijd: Newton en Leibmz. Genoeg,

Sluiten