Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Heer en Koning kunnen noemen, moeten wij de beteekenis begrijpen van zijne knechtsgestalte, van dit arm worden om onzentwille, van hem die rijk was, van die zelfvernedering in de gehoorzaamheid tot den dood, ja den dood des kruises, van hem die in de gestaltenis Gods was. En dit geschiedt niet zonder een inwendig gericht dat hij over ons uitoefent, een gericht waardoor wij verbrijzeld, ja gedood worden naar den ouden mensch, om met hem op te staan in nieuwigheid des levens door de kracht zijner verrijzenis. Het kruis van Christus. .. wij wenden er het gelaat met afgrijzen van af, of wij gaan voorbij met medelijdend schouderophalen en vragen: wat wil ons die mensch? de wereld is te schoon en de menschheid te groot dan dat een kruis haar symbool zou zijn! Of wel: wij staan stil en peinzen en ontvangen ■op de vraag: wat zegt dat kruis? het antwoord in ons hart:

Ja, ik kost hem die slagen,

Die smarten en dien hoon;

Ik doe dat kleed hem dragen,

Dat riet, die doornenkroon.

Ik sloeg hem al die wonden,

Voor mij moet hij daar staan,

Ik deed door mijne zonden,

Hem al die jam'ren aan.

Voor het kruis van Christus openen zich twee wegen, daar is de kruisweg des levens; daar verdeelt zich de menschheid in twee deelen: de eenen onttrekken zich aan het oordeel, handhaven hun oude leven, het leven der natuur, verharden zich tegen de openbaring des Geestes en rijpen ten doode; de anderen sterven, sterven om te herleven.

Dat, dat geliefden, is noodig om dienaar van Christus te worden. Men kan zich niet toevallig en willekeurig in zijnen dienst begeven. Tot de schare die hein volgt zonder te weten waarheen zijn weg leidt, keert hij zich ook thans met het snijdende, ja afsnijdende woord: „Indien iemand tot mij komt, en

Sluiten