Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

door die zich de liberalen noemden of noemen gemeden ben in mijne beide eerste gemeenten, ook in deze; en dat ook zij, die dien naam droegen, zoodra zij mijne prediking aannamen, dienzelfden blaam niet konden ontgaan. Volgt nu daaruit, dat ik mij aan de rechtzinnige partij heb aangesloten, moet aansluiten ? Hier ligt liet groote gevaar, een gevaar dat steeds grooter dreigt te worden, voor den prediker die — ik zeg niet: van „de rechtzinnigen" maar van „rechtzinnigen" vertrouwen geniet: het gevaar, meer dan ooit, om dienaar van menschen te worden, en het eenige Hoofd, Christus, te verloochenen; een gevaar alleen te ontkomen door nauwlettend toezicht op eigen hart, op de bewegingen van liet inwendige leven. Want, voorwaar, God is een naijverig God; en zoodra een afgodsbeeld, zij het ook slechts een beeldje, eene amulette, voor zijn aangezicht wordt opgericht, bedekt Hij zijn aangezicht het wordt van binnen verwarring en duisternis.

Van de waarheid, dat is van Christus, den levenden Christus, eene partijleuze te maken, weet gij wat het is? Wij zien het in het groot in de roomsche kerk; in het klein, in de protestantsche. Eerst wordt de waarheid beschouwd als eene zaak, die, ja, boven, maar ook buiten den mensch is en blijft; men neemt haar aan als het uitwendig geopenbaarde woord, maar het ontbreekt aan inwendige toeëigening. Men blijft die men was, of ook indien al iets veranderd wordt, ook indien men al het uitwendig leven naar vaste regelen gaat inrichten, ja, ook wel enkele in het oog vallende gebreken bestrijdt, de grond van het hart blijft onveranderd ; men wordt aan zich zeiven niet ontdekt, niet blijvend ontdekt; men meent: dat is eens geschied, alsof wij op eens al de diepte van het verderf onzes harten leerden kennen. Zoo wordt de verdorvenheid van het menschelijk hart een leerstuk dat men belijdt, geene ervaring waarover men treurt. Zooals het is met de zonde, zoo met de verlossing: zij wordt evenzeer, eerst als het werk van Christus, dan als leerstuk beleden. Of zij ervaren wordt, of het hart ook zijn vrede, zijne blij- en vrijmoedigheid in den Heer verliest, of er niet wellicht een langzaam afsterven aan Christus,

Sluiten