Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Schrift : reeds niet in het O. Testament. Immers het latere Jodendom, dat God en mensch tegenover elkander plaatst, dat \oor de Heidenen geen hart heeft en de belofte ran „den zegen \oor alle geslachten der aarde" deed vergeten, is geene vervulling,, maar "eene afwijking van het Israëlitisme, van den geest der profetie, die in den hoogsten, in heiligen zin humaan is. \ande apostolische schrift nu kunnen wij voorwaar nog volkomener zeggen, dat zij met dien heiligen, dien profetischen geest als

doortrokken is.

Niet alleen van den zondaar geldt het woord van Jesaja den profeet, het woord zoo echt menschelijk, van het alleen zijn met God buiten de menschelijke samenleving om: „Wie is er, die bij een verterend vuur wonen kan? Wie is er die bij een

eeuwigen gloed wonen kan?

En is het niet naar de Schrift een Gods woord, reeds bij den

oorsprong van het menschelijk geslacht gesproken:

.Het is niet goed dat de mensch alleen zij?'

Is het niet iets liefelijks in Mozes, den man bods, vordfr het niet als eene geloofsdaad in hem geprezen, dat, toen de toorn des Heeren tot hem sprak: „ik zal dit volk verstooten en utot een grooter en sterker volk maken," hij voorbiddend voor dat

volk intrad om het te behouden?

Wordt het niet in Jeremia, niet als geloofsdaad, maar als oogenblikkelijke verduistering van het geloofsoog voorgesteld, dat de weemoedige klacht aan zijne lippen ontglipte: „Och. dat ik in de woestijn eene herberg der wandelaars had, zoo zou ik mijn volk verlaten en van hen trekken (1-^ . —) •

„Van de menschen verworpen", neen, het is niet de voorwaarde van het „bij God uitverkoren en dierbaar" zijn. Het is evenmin een natuurlijk en noodzakelijk gevolg van het uitverkoren zijn bij God, als dat dit een natuurlijk en noodzakelijk gevolg zou zijn van het verworpen zijn bij de menschen. Dan ware er aan geene verzoening van God en mensch te denken.

Het luidt dan ook niet in onzen tekst: van de menschen

Sluiten