Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ontmoette, waarin hij den Vader kon danken dat deze dingen, die den wijzen en verstandigen verborgen bleven, den kinderkens waren geopenbaard.

Van de menschen verworpen! Welk een lijden, welk een lijden voor dien man, voor den Christus Gods! Voorwaar, daarom alleen past op hem de naam: man der smarten.

Van de menschen verworpen! Maar hoe is het mogelijk? Hoe kan de eeuwige liefde verworpen worden door menschen, door ons, arme menschen, die zonder liefde niet gelukkig kunnen zijn, die zooveel liefde noodig hebben en die haar zoo schaarsch aantreffen?

Laat ons tot onze leering en beschaming dien waan die hem doet verwerpen, beschouwen, zooals wij dien in het aardsche leven des Heeren als in een spiegel voor volgende tijden beschouwen, maar tevens tot onze vertroosting opmerken hoe hij zich in die verwerping van de menschen als de uitverkorene en dierbare bij God betoonde en handhaafde. Wat daaruit volgt voor onze verhouding tot de wereld, onderzoeken wij in het tweede deel onzer rede.

I.

„Van de menschen verworpen."

1. Wel mogen wij vragen in de eerste plaats: was het zoo? Is deze uitdrukking „de menschen'' niet te algemeen? Wij lezen immers zoo vaak van de scharen die hem volgden; van het gerucht dat van hem uitging tot over de grenzen van het Joodsche land. Was er eene klasse, een stand van menschen die hem niet zocht? Brachten zij niet hunne kranken tot hem? Volgden zij hem niet bij duizenden in de woestijn om zijn woord te hooren? Kon hij ergens verborgen blijven, ook als hij de eenzaamheid zocht, in het Overjordaansche, in de steden van de noordelijke grens, het

Sluiten