Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De israëlitische maatschappij, zooals zij nu eenmaal was, kon hem niet dragen, niet dulden. Waarom niet?

2. Waarom niet? Natuurlijk beschouwd, historisch uitgelegd, is het voorwaar geen wonder en moest hij wel verworpen worden.

Waarom ? Juist daarom, omdat die israëlitische maatschappij uit verschillende kerkelijke en politieke partijen bestond en dat hij tot geene dier partijen behoorde.

Noemen wij de voornaamste. Wij onderscheiden kerkelijke en politieke partijen; ofschoon deze zoo nauw met elkander verbonden en als in elkander ingeweven zijn, dat wij nergens, en wel het allerminst in Israël, het volk dat in zijne geschiedenis, maatschappelijke instellingen en literatuur door de idee van het Godsrijk beheerscht was, eene scherpe grenslijn tusschen beide kunnen trekken. Toch noemen wij ze afzonderlijk, omdat door de intrede der heidenwereld in de israëlitische maatschappij partijen zich begonnen te vormen, die van louter politieken aard beweerden en begeerden te zijn. Ook is ons daardoor die israëlitische maatschappij nog meer dan toen zij alleen theocratisch was een beeld van de onze.

De kerkelijke partijen dan, de eigenlijk israëlitische, nog vóór de romeinsche heerschappij ontstaan, zijn deze drie, overigens in verschillende fractiën verdeeld: de fariseesche, de sadduceesche en de esseensche.

De fariseesche noemen wij het eerst als de oudste, de eerbiedwaardigste, de „bescheidenste secte," zooals Paulus die noemt. Zij was de eigenlijk rechtzinnige partij en bij haar was èn de schriftgeleerdheid èn de stipte kerkelijkheid te huis.

Welnu Fariseër was Jezus niet, noch van geboorte zoo als Paulus, noch door zijne opleiding. Hij was niet in hunne scholen onderwezen. Wij mogen er bijvoegen: hij was het niet van aanleg. Het fariseïsme had zijne voorliefde niet, indien wij bij den volkomen rechtvaardige van voorliefde mogen spreken. Officieel aangesteld als leeraar was hij niet: men vraagde hem naar zijne volmacht

Sluiten