Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De Prediker bedoelt het graf. Het is dezelfde toon als in verscheidene Psalmen, als XXXIV, 7: „immers wandelt de mensch als in een beeld, immers woelen zij ijdelijk; men brengt bijeen en men weet niet, wie het naar zich nemen zal"; XLIX, 18: „de mensch zal in zijn sterven niet met al medenemen, zijne eer zal hem niet nadalen"; VI, 6: „in den dood is uwer geene gedachtenis: wie zal U loven in het graf?" Ook Job spreekt alzoo XVII, 13—14: (ook LXVIII, 12): „zoo ik wacht, het graf zal mijn huis wezen: in de duisternis zal ik mijn bed spreiden. Tot de groeve roep ik: gij zijt mijn vader, tot het gewormte: mijne moederen mijne zuster."

De toon van den Prediker is meer wijsgeerig. Hij spreekt over den dood niet als de Psalmdichter die hem beschouwt als tegenstelling tegen het leven, als plotselinge afbreking van het leven; niet als Job bij wien het persoonlijke op den voorgrond treedt. Neen, de dood is hem het natuurlijk einde van liet algegemeen menschelijk levensproces. De mensch gaat naar zijn eeuwig huis. De mensch als zoodanig. Ieder mensch. Het is zijn natuurlijk einde. Het schijnt zijne bestemming. Het is althans voor allen, die mensch heeten, het onoverkomelijke, het onvermijdelijke. „Allen gaat het gelijk allen. Een zelfde lot treft den rechtvaardige en den goddelooze, en den reine en den onreine, en dien die offert en die niet offert; gelijk den goede, zoo ook den zondaar: gelijk dien die zweert, zoo ook dien die den eed vreest" (X, 2). Daar is geen onderscheid.

Daarom ook wordt de dood in den samenhang van onzen tekst voorgesteld als door het leven voorbereid, als de vrucht van het leven. Het leven bloeit ten doode. Het is een langzaam sterven. De ouderdom is reeds afgeleefdheid. Vóór dat het eeuwig huis betreden wordt, komen er „kwade dagen", jaren, van welke men zegt: „ik heb geen lust in dezelve.' Hierin vormt de mensch een contrast met de natuur: zij sterft niet, hij wel.

Met onverminderde pracht blinken zon, maan en sterren; > maar voor den afgeleefde wordt het licht van de zon verduisterd

Sluiten