Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Met welk recht, als wij, evenals de Prediker, aan het einde van onzen levensweg in de wereld niets anders aanschouwen dan het graf, het huis voor de dooden? Wij doen niets anders dan de bleeke tint van licht, die in dit woord als doorschemert, eenigszins sterker kleuren, en van het schemerlicht besluiten tot de volle middagklaarheid. En dit kunnen wij. Dit kunnen wij, althans zoo wij nog Paschen kunnen vieren. Den israëlitischen wijze, die geene der hooge verwachtingen, door de stemmen der profeten in zijn volk gewekt, vervuld zag, kunnen wij het vergeven, dat hij zoo weifelend spreekt van des menschen toekomst, dat, wanneer hij des menschen eeuwig huis noemt, hij aan het graf denkt; ja, wij moeten het veeleer in hem bewonderen, dat wanneer zijne geheele zwaarmoedige bespiegeling over 's menschen levensloop hem het graf als het uiteinde doet zien, hij voor die sombere groeve het woord „eeuwig huis vindt, alsof hij wilde aanduiden dat het eeuwige in den mensch niet sterft, niet sterven kan, dat hij het medeneemt in zijn graf, wat er dan ook van worde. Zijn scepticisme is niet volstrekt; hij kan onder al de sombere bepeinzingen, die 's menschen levenservaring in hem wekt, de eeuwigheid van den mensch niet wegdenken. Hij zoekt de twee werelden, tusschen welke 's menschen leven zich beweegt, de eindige, die vergaat, de oneindige die blijft, te verbinden, al weet hij niet hoe; alleen hij kan de laatste niet opgeven, al ziet hij niet hoe zij de eerste beheerscht. Verre, zeer verre is hij van die wereldbeschouwing, die de eenheid zoekt in het prijsgeven van het ideaal voor de werkelijkheid en die zich oplost in het woord: „Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij". Maar, bestaat er al voor hem en voor zijn geslacht, het nageslacht der profeten, eenig recht tot dit betrekkelijk scepticisme, voor ons bestaat dit recht niet meer, voor ons die gezien hebben, die het kunnen zien als wij willen, wat dat eeuwige huis van den mensch beteekent, hoe het ondanks het graf, ja door het graf heen, het Vaderhuis is, het Vaderhuis is met zijne vele woningen. Immers, dit weemoedige woord: „de mensch gaat naar zijn eeuwig

Sluiten