Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ja, wel verwonderlijk woord voor ons, die zoo haastig zijn, die zoo vaak meenen dat ijver alles doet, die altijd roepen van werken en nog eens werken, omdat het arbeidsveld zoo groot

is en de arbeiders zoo weinige zijn.

Neen, zegt de Heer: dat zij eerst tot zich zeiven inkeeren

en bidden.

Voorzeker, hij zal hen uitzenden. Spoedig zal hij het doen: reeds in het volgende hoofdstuk wordt de toerusting der twaalven tot de zendingsreize verhaald. En eenmaal zal het heeten, \an over het graf: „gaat henen en maakt alle volken tot mijne discipelen".

Maar toch, ook zij, ook de velen die na hen komen zullen, zijn beperkt, als de Meester, in hun naasten werkkring, beperkt door plaats en tijd. Aan ieder zijne mate, zijne roeping, en aan niemand meer dan hetgeen hem van boven gegeven is.

Dit mogen zijne discipelen bedenken. Dit de ijveraars, \oor wie eigen werkkring altijd te beperkt is, die de wereld willen hervormen en de kerk bouwen.

Is er in deze onbegrensde begeerte om het werk des Heeien te doen, geen recht? In dien drang des gemoeds om de wereld aan zijne voeten te zien, geen drijfveer van boven?

Voorzeker, maar daar is slechts ééne wereld waarin de mensch geene grenzen en perken kent: het is de inwendige wereld, de wereld des gemoeds, de wereld des gebeds. Ziet het aan Jezus. Zijne woorden verraden hoe hij met het heil der wereld, met de toebrenging der heidenen, de toekomst van het rijk Gods in zijn hart werkzaam is. Toch beweegt zich zijn leven binnen de grenzen van Galilea en Judea en het Overjordaansche land en volbrengt hij zijn loop in twee jaren en wordt hij in het derde voleindigd.

Nu dan, zonder dat gebedsleven vooraf, en als den grond van alle onze werkzaamheid, is onze werkzaamheid verlamd en worden wij ontmoedigd, ziende op onze beperktheid en op den tegenstand dien wij ondervinden.

Jezus is niet ontmoedigd. Jezus weet hoedanig zijn einde

Sluiten