Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vroolijk in de ongemeten wijdte den tieren blik slaat en dien het onbekende prikkelt. Zij, de moeder, draagt voor hem en voor haar den leeftocht voor den dag, het brood en den lederen zak

met water.

„Toen stond Abraham des morgens vroeg op en nam brood en eene tiescli water en gaf ze aan Hagar, die leggende op haren schouder; ook gaf hij haar het kind en zond haar weg.

En zij ging voort en dwaalde in de woestijn Berseba."

Wat is de oorzaak van haar droevig lot? Wat dreef haar weg uit de tenten van den edele, waar zij als huisgenoote zoo veel liefde had ondervonden; ja, als eene vrouw des huizes moederrechten verkregen? Wat deed haar op den welbekenden weg dolen?

Den welbekenden weg! Nog eenmaal had zij dien weg ingeslagen. En toen door haar schuld. Toen met een trotsch en morrend harte, in opstand tegen God en menschen. Het was niet haar zonde geweest, dat zij, de slavin, moederrechten verkregen had in het huis van haren meester; maar de ongeloofszonde van Sara hare meesteres, en de zwakheidszonde van Abraham, die zelf geloovig aan des Heeren belofte, aan het ongeloovig ongeduld van zijne huisvrouw had toegegeven. Maar wel was het haar zonde geweest, dat zij zich op dat reclit trotschelijk verheven had en haar meesteres veracht en nu aan den band ontloopen was, die haar niet door menschen maar door God was aangelegd. Maar die God, de God Abrahams, was hij haar niet liefderijk te gemoet gekomen? Had die engel des Heeren haar niet van den weg der afdwaling teruggebracht op het rechte pad ? En was zij de stem des Heeren niet gehoorzaam geweest, toen zij was wedergekeerd en schuld had beleden? Had zij de genade des Heeren niet blijmoedig erkend in zijne terechtwijzing? Had zij, de gestrafte maar getrooste, niet in heilige geestdrift uitgeroepen:

„Gij zijt een God des aanziens!"?

Maar thans is zij zonder schuld. Niet zij, de slavin, had andermaal haar meesteres beleedigd noch hare moederlijke vreugde

Sluiten