Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gestoord. Indien hier aan hare zijde van schuld sprake kan zijn, dan was het de schuld van den overmoedigen knaap, die op het heilige feestmaal ter eere van den eenjarigen Isaac gevierd, aan zijne dartele spotlust had bot gevierd. Die schuld droeg zij, de moeder. Maar kan daar wel van schuld sprake zijn bij den levenslustigen jongeling, die voor de heiligheid van dat feest, voor de heiligheid van die geboorte, de heiligheid van liet gespeende kind, het kind der belofte, oor noch hart had ? Was het niet veeleer de schuld der moeder van het kind, de naijver der trotsche vorstin, die de moeder van dat andere kind, de slavin, niet dulden kon en wier haat thans overging op haar zoon, den zoon der slavin ? „Drijf deze dienstmaagd en haren zoon uit, want de zoon dezer dienstmaagd zal met mijnen zoon, met Izak niet erven." Zoo luidde haar hoovaardig woord tot Abraham, haren man. „En dit woord was zeer kwaad in Abrahams oogen, ter oorzake van zijnen zoon!"

En toch, des anderen morgens vroeg, zond hij de egyptische, de moeder van zijnen zoon, met den geliefden Ismaël, smadelijk weg, en gaf haar mede leeftocht voor éénen dag, brood en water!

Welk een onderscheid met hetgeen hij later heeft gedaan, toen hij ook een dienstknecht heen zond in het verre land; toen Eliëzer gezonden werd naar Mesopotamië, om eene vrouw voor Izak te nemen. Toen toog de knecht henen met tien kemelen van zijns heeren kemelen en al het goed zijns heeren was in zijne hand (Gen. XXIV: 10). Hagar wordt verdreven met haren zoon te voet en erlangt water en brood voor éénen dag.

Was het hard van Abraham alzoo te handelen?

Voorzeker het was een hard lot voor Hagar. Toch lezen wij, dat Abraham alzoo handelde niet naar willekeur, niet uit hardvochtigheid. Neen, voorwaar, het was kwaad in zijne oogen. Maar God had in den nacht tot hem gesproken: „Laat het niet kwaad zijn in uwe oogen, over den jongen en over uwe dienstmaagd: al wat Sara tot u zal zeggen, hoor naar hare stem, want in Izak zal uw zaad genoemd worden. Doch Ik zal ook

Sluiten