Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

in de christenwereld, gedoopte heidenen. Toch zijn die verstrooide en over den ganschen aardbodem verspreide Joden, kinderen Israël s, van den worstelaar Gods, kinderen Izaks, van den zoon der belofte. Toch houden die Mahomedanen, die aan den valschen profeet het oor leenden, toen zij het woord van den Middelaar des N. Verbonds niet meer verstonden, vast aan den God, die aan Abraham bij de eikenbosschen van Mamre verschenen was, en zijn zij niet terug gezonken in den natuurdienst van het heidendom en hebben hunne tenten niet opgeslagen binnen de wijde landpalen van Jafet noch in de donkere wegen van Cham.

Toch hebben die zonen van Jafet en van Cham deel aan de belofte, dat in het zaad van Abraham alle geslachten der aarde zouden gezegend worden, en is, zoodra hun het oor geopend wordt, de verkondiging nabij: „God was in Christus de wereld met zich zeiven verzoenende, haar hare zonden niet toerekenende."

Die verkondiging is hun nabij. Het evangelie des koninkrijks wordt gebracht aan alle volken, tot aan de voleinding der wereld. De profeet des N. Verbonds ziet eenen engel, „vliegende in het midden des hemels, en hij had het eeuwig evangelie, om te verkondigen dengenen die op de aarde wonen, en aan alle natie en geslacht en taal en volk" (Openb. XIV: 6). Boven alle de bewegingen der volken en terwijl daar in de dicht opéén gedrongene menigte der menschen en onder de geslachten, die elkander als voortstuwen naar het graf, ter nauwernood hier en daar een menschelijke gestalte gezien wordt met de pinkstervlam op het hoofd en het pinksterwoord op de lippen, ziet hij den machtigen troongeest, zwevende over de aarde en hoort hij het geklank der bazuin, vrede boodschappende aan allen, aan degenen die verre zijn en aan degenen die nabij zijn. Zoo wijst ons ook ons tekstverhaal op den engel in de woestijn, van de moeder niet gezien, van het kind niet gehoord, en toch over beiden wakende. De beschermengel van het huis van Abraham heeft de

Sluiten