Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lieid, door den wil van God" (Rom. 1:10, vrgl. vs. 13; XV: 22, 23), maar was daarin steeds verhinderd.

Thans niet meer verhinderd; thans was het de wil van God, thans was het de gelegenheid; maar eene goede?

Ja wel, want het was alzoo Gods wil. Hij moest er als gevangene komen en alzoo vrucht brengen en vrucht ontvangen. Maar voor het vleesch? Voor den wil van Paulus? Hij had gemeend: Rome gewonnen, dan is de wereld gewonnen. Thans weet Rome, of weet het ook niet, dat er met een schip uit Cesarea een gevangen jood is aangekomen, die met zijne volksgenooten twist over dingen rakende hun wet en zekeren Jezus die gekruisigd is en waarvan die jood beweert dat hij leeft. En Rome laat hen redetwisten: Keizer en Senaat en Volk bekommeren er zich niet over. Het is geen staatsbelang. Rome blijft Rome en Paulus is de gevangene in den Heer Jezus Christus, den koning der heerlijkheid.

2. Gevangen naar den wil van God, maar gevangene in den Heer Jezus Christus. Ziet, dat hij zijn toestand alzoo beschrijft is een teeken, niet alleen dat hij er zich aan onderwerpt, maar dat hij de heerlijkheid van dien toestand inziet.

„De gevangene in den Heer". Het is eene vreemde en rijke uitdrukking. Wat zegt zij?

„Gevangen in den Heer", het zegt meer dan „gevangen om Christus, gevangen voor de zaak des Heeren." Had hij alzoo gesproken, hij zoude dan alleen zijn uitwendigen toestand hebben verklaard en de reden hebben opgegeven waarom hij thans gevangen was. De nadruk zou dan liggen op hetgeen hij, Paulus, voor den Heer had gedaan en geleden en geofferd. Geld en goed, vrijheid en rust, ja zijn leven bracht hij hem ten offer. Om zijnentwille is hij gevangen. Het zoude iets hebben van den zin van het woord van Petrus, vóór den pinksterdag: „Zie Heer, wij hebben alles verlaten om uwentwil, wat zal ons geworden?"

„Gevangen in den Heer." Het zegt ook meer dan „de gevangene van Christus Jezus", zooals hij zich in dezen zelfden

Sluiten