Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

En wij feilden in dien vond,

Omdat anders dan wij zeiden

In Gods raad geschreven stond."

Hij beaamt het, maar is zijn amen een amen des harten? Kan hij zijne gedachten gevangen geven in de gehoorzaamheid van Christus? Kan hij zeggen: „ik de gevangene in den Heer?"

Anders dan wij zeiden en dachten is Gods raad, maar wat wij zeiden en dachten scheen ons toch op zoo goeden grond te rusten, zoo redelijk, zoo christelijk te zijn, ja wij zeiden en dachten het naar inwendige leiding en ervaring wellicht. Het scheen ons eene Godsstem in het hart.

Anders dan wat geschreven is in Gods raad, maar die raad is zoo donker, zoo ondoorgrondelijk.

Die raad Gods, wat is hij?

Is hij de natuursamenhang ? Kunnen wij vrede hebben met de beschouwing, dat door een onverbrekelijken samenhang van oorzaak en gevolg alle dingen zijn zooals zij moeten zijn en behooren te zijn en niet anders kunnen zijn dan zij zijn? Dat he nu eenmaal natuurproces is, dat al wat leeft sterft, dat de idealen sterven en de geestkracht verbroken wordt, en dat het einde is eene verdorrende bloesem zonder vrucht? Dan is ons hart grooter dan het heelal, en ik weiger u, o natuur, de onderwerping die gij van mij verlangt. Mij verpletteren kunt gij, maar mij winnen en tot overgave dwingen, dat kunt gij niet.

Maar de raad Gods, wat is hij dan ?

Is hij de blinde aaneenschakeling van toevallige gebeurtenissen? Is daar een noodlotsboek met hieroglyphische figuren, niet te ontcijferen omdat er geen sleutel op is, geen zin in die teekenen, omdat toeval en niet rede die figuren heeft samen gebracht? Ach, dan wordt mij het leven een spel; het is uit met allen ernst des levens, met alle waarheid in en buiten mij; lachen moet ik dan met mij zei ven en met de wereld; maar die lach is bitter, die lach is een hoongelach, de lach der hel.

Die raad is een raad Gods. Wat al heerlijks spelt mij dat

Sluiten