Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

woord; dat woord God! Het is verwant aan goed. Maar het zegt meer: het goede, al wat goed is, wat ik weet goed te zijn, waar, schoon, liefelijk, rein, dat alles te zamen, maar persoonlijk, met wil, kracht, macht: dat is God.

God!....

Gods raad: dat is de grond van het wereldplan, van mijn levensweg; dat is de samenhang van het verstrooide, onsamenhangende, schijnbaar toevallige en onredelijke in mijn levenslot en in de lotsbedeelingen der menschheid.

Het is mij genoeg.

Is het mij genoeg?

De raad Gods — toegestemd — kan niet anders dan goed zijn; maar vervul ik dien raad ? Ben ik op Gods weg ? Kan het niet zijn dat al mijne tegenspoeden teekenen zijn dat ik op dien weg niet ben, straffen voor mijne ongehoorzaamheid en wederspannigheid? Is mijne uitwendige gebondenheid niet het bewijs van mijne inwendige gebondenheid, gebondenheid, niet door iets dat van buiten komt, ook niet van God, maar door hetgeen van mij komt, van mij in mijn zelfzuchtig hart, waarin ik God niet ken en God niet zoek?

Het kan zoo zijn, mijn broeder, ja, ik zeg meer: het is zoo.

Voorzeker, waren wij heilig dan waren wij vrij. De eenige verklaring van de uitwendige gebondenheid, die wij overal en altijd voelen, ligt in dat ééne woord: zonde.

Zonder zonde, geene wereld om ons heen die ons bindt; zonder zonde, geene onmacht in ons zelven, zonder zonde geene armoede, geen gebrek, geene krankheid, geen dood.

Zonder zonde, de paradijstoestand.

Maar nu, indien het eens alzoo ware, dat wij juist om van die inwendige gebondenheid verlost te worden, de uitwendige moesten gevoelen? Indien dit eens de rechtvaardigheid Gods ware, dat Hij ons de smartelijke genezing door den dood moet doen ondervinden, opdat wij tot het leven, het ware leven der vrijheid zouden opstaan? Indien eens het woord: alle lijden is

Sluiten