Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Toch merkt het op:

In dien droom spreekt zijn eerbied voor het verleden, zijn dank voor Davids troon en macht; zijn begeerte om in dien weg voort te wandelen, zijn rijk te bevestigen. Van Davids verwachtingen, van Davids stervensprofetie: „Mijn huis is alzoo niet bij God, nochtans heeft Hij mij een eeuwig verbond gesteld, dat in alles wel geordineerd en bewaard is. Voorzeker is daarin al mijn heil en alle lust, hoewel Hij het nog niet doet uitspruitenvan de Messiasbelofte geen spoor. Het heden is aan het verleden verbonden, niet aan de toekomst. Hoe anders is de toon van David, toen hij de belofte des Heeren ontving uit den mond van Nathan den profeet: „Wie ben ik, Heere Heere, en wat mijn huis, dat Gij mij tot hiertoe gebracht hebt? Daartoe is dit in uwe oogen nog klein geweest, Heere Heere, maar gij hebt ook over het huis uws knechts gesproken tot van verre heen; en dit naar de wet der menschen, Heere Heere!" (2 Sam. VII: 18, 19).

Van die heilsverwachtingen geen woord bij Salomo. Die blik in de toekomst ontbreekt geheel. De profetische geest raakt hem niet aan met zijne vleugelen; het vuur van den hemelschen altaar schiet geen vlammen in zijn woord. Deze volkomene,afwezigheid van den profetischen geest is tot een boos voorteeken geworden voor zijn persoon en werk. Gedurende zijne lange regeering zwijgt de stem der profetie, in Davids tijd zoo vaak gehoord, totdat zij op t laatst zich weer verheft, namelijk om hem de scheuring van zijn rijk aan te kondigen. Zijne spreuken doen ons hooren de stem der wijsheid op de straten, de stem der natuurlijke consciëntie, van het praktisch verstand en het nuohtere oordeel, eene wijsheid wel hemelsch van oorsprong maar die toch nooit zich verheft tot den hymne des hemels, de poezie der hoop. Wel kostelijk is die wijsheid en met recht bekleeden de salomonische schriften hare plaats in den Canon, maar alleen op den grondslag der wet en in het raam der profetie wordt die stem een harmonisch akkoord in het veelstemmige lied der openbaring. Van dien grond-

Sluiten