Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tot de rijken. Een rijke die naar vermogen geeft, is reeds iets zeldzaams. Welnu stelt u diens beeld zoo volmaakt mogelijk voor oogen. Veronderstelt, bijvoorbeeld, dat hij de tienden van zijne inkomsten bestemt voor liefdadige doeleinden. Hij wil de trompet niet blazen, maar anderen blazen die voor hem. Hij heeft zich wellicht tot regel gesteld het woord des Heeren : dat uwe linkerhand niet wete wat uwe rechter doet. Die aan zijne rechterhand staat weet het wel en verzwijgt het niet. Wat dunkt u? Liefelijk is de engelgestalte der liefdadigheid ; maar is er niet een demon achter haar ?

Eindelijk — ach, dat ik ook dit moet noemen — de geestelijke stand. Ik gevoel het, hoe teeder het punt is dat ik hier moet aanroeren.

Ik denk hier niet aan het algemeen erkende feit, dat de geestelijke stand, vooral in de dagen der Staatskerk, dikwerf voor zichzelven en voor de kerk steun en heil heeft gezocht bij de rijken dezer wereld, en niet altijd zich gewacht voor den schijn, alsof de bekeering van een rijke der wereld Christus den Heer meer verrijkte dan de bekeering van een arme. Niet alle geestelijke waren of zijn als Ambrosius, die den machtigen keizer Theodosius te gemoet kwam en hem het avondmaal weigerde omdat zijne handen met bloed bevlekt waren. De ambtsbediening van een hofprediker was ten allen tijde moeilijk. Ook die onder de aanzienlijken dezer wereld. Niet in de eerste plaats beschaafdheid van vormen en fijnheid van menschenkennis wordt daartoe vereischt, maar, in de eerste plaats, eene dubbele mate van zelfverloochening.

Waarom ontzien zoo vele dienaren van het woord van Jezus de rijken dezer wereld? De oorzaak ligt niet altijd in eerzucht of wereldsgezindheid, die zich in latte vleitaal of lage kruiperij openbaart. De oorzaak ligt ook niet altijd in de verzoekingen, waaraan de arme evangeliedienaar bloot staat....

Het ontbreekt dikwerf aan moed en aan inzicht. Die „arme, die verstandig is en den rijke doorzoekt", is niet altijd evange-

Sluiten