Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

niet klein? Gevoelt gij u niet arm te midden van uwen rijkdom? Wel u, gij arme van geest. Uwer is het koninkrijk der hemelen. Werp alle beletselen weg, en kom als een arme en naakte gevloden tot hem, die u rijk maakt met de hemelsche schatten, die u het uwe geeft en u trouw vraagt in het zijne.

Zij nu, die alzoo den toegang gevonden hebben, die door zondebewustzijn gedreven de uitlokkende stem der genade hebben gevolgd, die door den Vader getrokken den Zoon hebben gevonden, en in hem de verlossing door zijn bloed namelijk de vergeving der zonden, zouden zij nu verder het werk des Heiligen Geestes willen tegenhouden en, in plaats van zich aan zijne leiding over te geven en zich te laten heiligen, zouden zij vóór den ingang willen blijven staan en den weg niet verder bewandelen? Zouden zij, waar hun het levensbrood wordt aangeboden, een steen verlangen? En een steen is het in plaats van brood zoo zij de bekeering als eene afgedane zaak beschouwen, waarop zij zich slechts te beroepen hebben om zich gerust te stellen als hun geweten hen aanklaagt, als zij in plaats van vooruitgang stilstand en achteruitgang waarnemen.

Ach, mogelijk is het, 0111 de arglistigheid van het hart. Hier aan den ingang van het koninkrijk der hemelen, ligt de scheidslijn tusschen Farizeër en Christen. Hier is de mogelijkheid gegeven van den toestand, die Hebreen VI beschreven wordt, en waartegen wij, in weerwil van de zoo vaak misbruikte leer der onwederstaanbare genade, zoo ernstig gewaarschuwd worden.

Ja, een Farizeër kan de aanvankelijk bekeerde worden, als hij het kleed der wereidsche gerechtigheid aflegt om dat der eigene gerechtigheid, leer- of werk-gerechtigheid aan te doen.

Hoe kunnen wij aan dat gevaar ontkomen, hoe anders dan door dienzelfden God, die onze behoefte gewekt, ons oog geopend heeft en ons tot vóór de geopende deur gebracht heeft?

Hij die machtig is geweest ons midden uit het gewoel der wereld, ja uit alle hare heerlijkheid te trekken, ons de nietig-

Sluiten