Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Ten slotte nog een woord tot de armen naar de wereld. De jongeren, toen zij het woord des Heeren hoorden dat de rijken gold, „werden zeer verslagen, zeggende: wie kan dan zalig worden?" Zij beschouwden dus dit woord als tot hen gesproken. Toch behoorden zij zeiven tot de armen. Zijn er onder u, die zeggen: „deze rede was niet voor mij; ik ben arm, althans niet rijk"? Velen zullen het zeggen, de meesten; te recht of te onrecht. Ik antwoord: de verleiding des rijkdoms is een gevaar van dezelfde natuur als „de zorgvuldigheid des levens '. Uw kleine deel kan de schat worden, waaraan uw hart gehecht is, niet minder dan de rijke aan zijne schatten gehecht is. Ja, ook de schatten die gij niet bezit, kunnen uw hart stelen door de begeerlijkheid. Dat hart ontsteelt gij alzoo aan God, wien het toebehoort. Ja, het woord des Heeren geldt ons allen. Het begint met de rijken, maar strekt zich in zijne toepassing uit tot allen die nog iets in hun hart bewaren dat zij den Heer niet geven.

Hoe moeten wij en rijkdom en armoede beschouwen? Ik wees u reeds op menige uitspraak uit het vooral over deze quaestie, die de sociale quaestie is van alle eeuwen, zoo rijke boek der Spreuken. Ik eindig met nog een drietal.

Wat is het eigenlijk, arm zijn? „Wie op den rijkdom vertrouwt zal vallen, maar de rechtvaardigen zullen groenen als loof' (XI: 28).

Wat is het eigenlijk, rijk zijn? „De loon der nederigheid met de vreeze des Heeren is rijkdom, en eer, en leven" (XXII: 4).

Wat moet onze bede zijn voor dit leven? „Armoede of rijkdom geef mij niet: voed mij met het brood mijns bescheiden deels, opdat ik, zat zijnde, u dan niet verloochene, en zegge: wie is de Heer ? of dat ik, verarmd zijnde, dan niet stele en den naam mijns Gods aantaste." (XXX : 8).

Wat is onze hope voor de toekomst, de eeuwige schat, die ons niet kan ontnomen worden? Hier verlaat ons de spreukdichter en antwoorden wij met den psalmtoon: „De Heere is het deel

Sluiten