Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Daar is zoo veel lijden in de wereld, zoo veel strijd op aarde. En de gemeente des Heeren kent dat lijden en dien strijd bij uitnemendheid. Hoe zou haar geestdrift niet gesmoord zijn? Hoe zou zij de vleugelen wijd uit kunnen spreiden en haar vlucht nemen naar boven?

Heilige geestdrift, als natuurlijke, normale toestand, wij vinden die slechts in den mensch die geene zonde gekend heeft, den normalen mensch, die onder het bitterste lijden immer in den hemel was, en onder den heftigsten strijd altijd vrede had.

Zie hier hare eerste uitdrukking: „Wist gij niet dat ik moest zijn in de dingen mijns Vaders?"

Kinderlijke eenvoudigheid vereenigt zich in dat woord des jongelings met de hoogste verheffing des geestes.

„Ik moet zijn in de dingen mijns Vaders." Eenvoudig is dit woord maar rijk van zin. Wij trachten dien zin te ontleden.

Het meest eigenaardige, het kenmerkende in de stemming door dit woord aangeduid, ligt hierin dat de geest in zijn voorwerp verzonken, daarvan als geheel ingenomen, daarin bevangen is.

„In iets zijn, volkomen zijn, zoodat men daarbuiten niet is." Heerlijk is het dat wij alzoo ons zeiven kunnen vergeten en ons verdiepen en verliezen in het voorwerp onzer beschouwing. En wie kent die stemming niet, al moet hij tot de jaren zijner jeugd opklimmen om zich harer te herinneren? Toch is die stemming iets kranks, indien het voorwerp waarin wij alzoo opgaan ons niet geheel vervullen kan en geen recht heeft om ons alzoo in te nemen. Dan wordt de geest in dien doop niet vernieuwd maar verdoofd. Dan wordt het, zooals bij alle kranke mystiek, idealistische en naturalistische, zooals in de kloosterextazes, of in het kunst- of natuur-enthusiasme, een slapen en droomen van den geest, waardoor oor en oog niet geopend maar gesloten worden, daar voor de wereld, hier voor God. Overspannen geestelijkheid en zinnelijke bedwelming is een zusterenpaar. De vrucht van beide is afmatting.

Niet alzoo bij Jezus. Het is geene mystieke extaze, als hij

Sluiten