Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

waaruit wij mogen opmaken, dat hij arbeidde met zijnen vader; wellicht ook na diens dood, want verder treffen wij Maria altijd alleen aan en wordt er van Jozef niet meer gesproken.

Naar het uitwendig leven dus was Jezus een arbeider te Nazareth, achttien jaren lang.

Intusschen was in die achttien jaren de jongeling tot man gerijpt.

Gerijpt. „Jezus nam toe in wijsheid en in grootte en in genade bij God en bij de menschen." (Luk. II: 52).

Gerijpt. Wat moet er niet in die achttien jaren, na die ervaring in den tempel, in hem gerijpt zijn!

Die wijsheid waarin hij toenam, wij kunnen ze niet verstaan van de leeringen die hij van Israëls wijzen ontving zoo vaak hij den tempel bezocht op de hooge feesten. Gesteld ook dat hij hen bij die schaarsche gelegenheden geregeld hoorde, die lessen moeten hem steeds meer onbevredigd hebben gelaten, zoodat hij niet kon gelden als hun leerling, en zij ook later verwonderd konden vragen: „Hoe weet deze de Schriften, daar hij ze niet

geleerd heeft?" (Joh. VII: 15).

Bovendien, er wordt van een gestadig toenemen in wijsheid gesproken, niet van een ontvangen van wijsheidslessen.

De wijsheid, waarin hij toenam, was de ontwikkeling deiervaring die hij als jongeling gemaakt had.

Zijn inwendig leven, niet gestoord noch verduisterd door de zonde, bewoog zich steeds meer in die heerlijke wereld der Schrift, die niemand vóór hem verstaan had en niemand na hom

verstaan kan dan door hem.

Daar werd hem het ideaal van Israël geopenbaard, het ideaal van het vrije, heilige volk, het volk van koningen en priesters, Gode gewijd en de natuur onderwerpende. Tn het psalmlied wordt het bezongen, in de profetie aangekondigd, in Israëls instellingen, ja reeds in de ordeningen der schepping voorbereid, in de wonderen van het verleden afgebeeld.

Wel teekent de Schrift dit ideaal in scherp contrast met

Sluiten