Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bewogen door den wind, en dat de donder des gerichts verstomde, toen die twee blikken elkander ontmoetten, die van den heiligen toorn in het oog van Johannes, die der lijdende liefde in het oog van Jezus ? Wij weten het niet. Genoeg, Jezus moest zich afvragen: waar zijn plaats was, naast den boetgezant tegenover het volk, of midden onder het volk aan zijne voeten? Of was er hier geene plaats voor hem? Naast den boetgezant niet. De Sinaï's stem heeft slechts één toon, en krachtiger kon hij niet luiden dan hier geschiedde. Zich onttrekken? Neen, van zijn volk zich afscheiden, in zalige zelfgenoegzaamheid, dat kon hij ook niet. Israël leefde in zijn hart, en de God diens profeten, de God zijns volks was zijn God, zijn Vader. Hij overlegt. Hij gevoelt al het lyden der ontwaakte consciëntiën, en door het strenge woord des profeten heen raadt hij zijn hart, zijn hart vol liefde. Aangetrokken wordt hij door hem, en zijn doop erkent hij als een doop uit den hemel, eene genadebezoeking is het; maar zijn plaats is niet mede te richten maar mede te lijden, de nationale zonde te gevoelen, de nationale schuld over te nemen en zijn deel te vragen aan het reinigingsgericht. Zoo voelt hij het in zijn hart. Mozes had eene stemme des donders doen hooren toen hij afklom van den berg, maar Mozes had ook wederom op den berg voor dat volk gebeden en in zijn middelaarshart gesmeekt: „Och, wisch mijn naam uit het boek des levens, mits dit volk behouden worde". Dit was zijn voorbeeld; dit zijne stemming. En kloekmoedig is, na korten strijd, zijn besluit gevat. Hij vraagt den doop voor zich.

Hij vraagt den doop voor zich. Wij begrijpen de aarzeling, de weigering van Johannes. Niet alsof hij hem kende voor hetgeen hij was, neen, maar deze was niet als de anderen; boven allen voelde zich de Dooper, maar beneden dezen. Onwillekeurig verbleekt zijn gelaat, treedt hij achteruit, slaat den vasten blik neder en antwoordt: „Gij door mij! Mij is noodig van ugedoopt te worden en gij komt tot mij?" Maar ook begrijpen wij het korte, beslissende antwoord, waar onder de onbuigzame het hoofd

Sluiten