Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

DE VERZOEKING.

En terstond dreef hem de Geest uit in de woestijn. En hij was aldaar in de woestijn veertig dagen, verzocht van den Satan, en was bij de wilde gedierten, en de Engelen dienden hem.

Markus 1 : 12, 13.

Wel mag men voor het tafereel, dat de evangelist ons hier met een enkelen sprekenden trek schetst en dat twee andeien, Mattheus en Lukas, uitvoeriger teekenen, het opschrift plaatsen: „Nader hier niet toe; trek de schoenen uit van uwe voeten: want de plaats waarop gij staat is heilig land." (Ex. II: 5).

Inderdaad, het is het binnenste heiligdom van het heiligste dat op aarde geopenbaard is, het hart van Jezus, dat zich hier voor ons oog ontdekt. Hoe zouden wij niet met Jesaja op den drempel van dit heiligdom als van schrik terugdeinzen en uitroepen: „Wee mij, want ik verga, dewijl ik een man van onreine lippen beu, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein \ an lippen is: want mijne oogen hebben den Koning, den Heer der heirscharen gezien." (Jes. VI: 5).

Geve de Heer ons iets van dat vuur van den altaar, waardoor wij over dit heilige heiliglijk kunnen spreken en denken. Want, ziet, deze tempel is ons geopend, wij mogen er ingaan; ook deze schrift is ons gegeven tot onderwijzing, opdat de mensch Gods in ons volmaakt worde.

Wij kiezen het korte bericht van Markus, waarin de overlevering, zooals zij in de apostolische gemeente leefde, het eenvoudigst is opgeteekend, omdat het ons thans niet te doen is om

Sluiten