Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

inzicht? Maar zegt mij, waren de profeten van Israël niet voor het minst helden op het gebied des geestes? Is er in eenige literatuur der oudheid eene verhevenheid van denkbeelden, eene oorspronkelijkheid van inzichten, eene scherpzinnigheid van oordeelen te vergelijken met de hunne? En zijn zij het niet, en de verhevenste het meest, de koning Jesaja bovenal, die het nauwst aan het volksgeloof zich aansluiten, die van eene treurende en smeekende natuur spreken, die de vereeniging van land en volk als een huwelijksverbond teekenen, zoodat de vloek der menschen een vloek is voor den grond dien zij bewonen, hun zegen een zegen voor land en plant en dier? Jezus, ik zeg niet, kende deze schriften, verstond de sombere poëzie der woestijn, maar hij stemde er mede in, hij voelde haar. Hij, die onze vrede is, de eenig harmonische onder de menschenkinderen, hij, bij wien geen tweespalt was tusschen vleesch en geest, hij kende ook geen tweespalt in Gods heerlijke schepping; hij weet dat daar een paradijs is voor Gods volk, maar dat de aarde woest en ledig is waar de adem des geestes niet over haar is gekomen.

Wat heeft hij niet moeten ondervinden in die eenzaamheid in de woestijn. Hoe bitter niet het lijden gevoelen der natuur, het zuchten liooren der kreatuur, aan de ijdelheid onderworpen, die de openbaring wacht der kinderen Gods. Hoe scherp was niet het contrast tusschen hetgeen hij kort te voren had gezien en hetgeen hij thans aanschouwde! Toen waren hem de hemelen geopend en had hij den Heiligen Geest zien nederdalen als eene duif. De gansche schepping was hem als in licht gehuld geweest. Als louter werk Gods, tempel zijner heerlijkheid had hij haar aanschouwd ; het was hem geweest alsof het leven Gods in stroomen over haar werd uitgegoten en alle machten des doods gebannen; en dat alles was om hem heen, in hem gezien, gehoord, gevoeld, hij was in die schepping het middelpunt, hij de gezalfde

Gods, hij de koning der eere.

En ziet: thans zit hij daar neder als de ongekende, de vreemdeling in Israël, aan niemand geopenbaard, dan aan den

Sluiten