Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

komende eeuw die wij aanvankelijk ervaren, niet eene groote verzoeking, eene verzoeking gelijksoortig aan die des Heeren in de woestijn: de verzoeking om als een roof ons toe te eigenen, wat op den weg der gehoorzaamheid moet verkregen wordend

.Och of gij heerschtet!" moest Paulus reeds zeggen tot de eerste gemeenten, die anders den lijdensweg wel verstonden. „Och of gij heerschtet!" het is eene waarschuwende stem, die wel door de kerk van alle eeuwen mocht worden gehoord, een woord, dat voor ieder bedehuis mocht geschreven staan, tot herinnering, dat wij nog niet kunnen, nog niet mogen heerschen. Het is de weg Gods, dat alles wat gegeven is nu door arbeid en strijd moet verkregen worden. Zoo is het in de natuur. Zij is onuitputtelijk; maar zonder onzen arbeid blijft zij ons de woestijn. Zoo is het in den geest. De gave Gods is ons geschonken: Christus in wien alle de schatten zijn; door het geloof ontvangen wij niet iets van hem, maar hem geheel; toch blijft de schat in den akker, zoo wij den akker niet koopen en den schat opdelven.

„Och of gij heerschtet!" Hoe heeft de kerk van deze dagen noodig dit woord te hooren! Heeft zij niet alles, wat haar wel toekomt, maar wat zij als een roof had gegrepen, weder moeten afstaan, stuk voor stuk? Haar macht, haar rijkdom, haar eer, ja, haar zedelijken invloed, moet zij niet alles verliezen, eer zij het alles kan herwinnen? Zij heeft willen heerschen, waai zij dienen moest; zij heeft de voetstappen niet gedrukt van hem, die heer en meester zijnde aller dienstknecht is geworden, maai voor zijne eer heeft zij den ijzeren scepter in de hand genomen dien hij niet had aanvaard, terwijl hij wel den rietstok opnam waarmede zij hem sloegen. Ach, zij moet het ontgelden en plukt de wrange vruchten van haar onrecht, van haar roof.

En nu, wat is de roeping liarer kinderen, neen der kinderen des Vaders, der verlosten door Jezus' bloed? "Voor de gemeente des levenden Gods is niets te vreezen; de poorten der helle zullen niets tegen haar vermogen, al mocht zij, als haar Hoofd en Heer, tot een smaad en schimp worden in de wereld, haai

Sluiten