Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

behoort de toekomst. Maar zij heeft den kruisweg te leeren, den weg van haar Hoofd en Heer, den weg der dienende liefde. Geen recht te doen gelden, dat is de weg harer heerschappij; geen macht te willen, dat is het geheim om alle macht te verkrijgen.

.Och of gij heerschtet!" Ja, wij willen heerschen. Ja, wij geven geene der verwachtingen op, die door dien Jezus van Nazareth in ons hart zijn opgewekt; geen dier woorden des eeuwigen levens zijn ons te stout gesproken; geene der beloften, die in zijne woorden en werken, in zijn lijden en sterven en in zijne opstanding uit de dooden liggen, geven wij prijs; zij dragen al te duidelijk het merk der goddelijkheid. Wij verwachten het koninkrijk der hemelen, opstanding en eeuwige heerlijkheid. Aan geene ontmoediging willen wij toegeven, noch over ons zeiven noch over de menschheid. Aan de verzoeking om ons door het booze dat in de wereld is, ook in den vorm waarin het zich in de overprikkelde maatschappij heden ten dage zoo vaak voordoet, van berekenende baatzucht, van fatsoenlijke gemeenheid, van vormelijke beschaafdheid, zonder kern noch wezen, te laten verleiden om de menschelijke natuur lager te stellen dan Jezus het gedaan heeft, om haar niet meer te beschouwen als van Gods geslacht, aan de verzoeking om ons te vergenoegen met het onvolkomene, verminkte of besmette, aan die verzoeking willen wij weerstand bieden met al de kracht des geloofs, en ons den eisch der volmaaktheid stellen, den eisch van het volkomen, reine en onbesmette offer, dat Gode welbehagelijk is. Maar ook evenzeer, aan de verzoeking om te meenen dat wij het reeds verkregen hebben, dat wij reeds gegrepen hebben waartoe wij gegrepen zijn, dat wij het kruis niet meer noodig hebben en dat wij reeds staan op den berg der heerlijkheid. Opwaarts, opwaarts gaat onze weg; maar die weg is in de woestijn; die weg gaat over rotsen en steilten en tus&chen afgronden. „Laat ons voorzichtiglijk wandelen, wetende dat de dagen boos zijn." Waken over ons zeiven; opdat de wereld ons niet wince, en dienen in de liefde, opdat wij de

Sluiten