Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Aan zijn verleden knoopt hij weder aan. Zooals de christen die tot het nieuwe leven gekomen is, de natuurlijke banden niet mag verbreken, maar die moet heiligen; zóó zijn Hoofd en Heer.

Tot Messias gewijd in de eenzaamheid keert de gezalfde des Heeren met de discipelen, die Johannes tot hem gebracht heeft, naar de zijnen terug. Te Kana ontmoet hij zijne moeder en openbaart hij zijne heerlijkheid.

„ Daarna ging hij af naar Kapernaum, hij en zijne moeder en zijne broeders en zijne discipelen en bleven aldaar niet vele dagen."

Waarom thans r.iet naar Nazareth? Wij kunnen het wel raden, naar hetgeen ons later van de gezindheid der Nazarethanen verhaald wordt. Niet vele dagen. „Want het Pascha der Joden was nabij, en Jezus ging op naar Jeruzalem.''

Zoo, gelijk nu gedurende achttien jaren, verschijnt hij wederom op het feest, en betreedt hij de voorhoven des tempels.

Maar niet als gedurende al die jaren om slechts toeschouwer van hetgeen daar verricht en hoorder van hetgeen daar gesproken werd te zijn. Hij is de jaren ingetreden dat naar aloud Israëlietiscli recht, hoezeer ook in onbruik geraakt, ieder Israëliet als lid van het volk des Heeren handelend mag optreden.

Is hem ook al het heilige der heiligen en het heilige gesloten, evenals het voorhof der priesteren — want priester is hij niet noch Leviet — de andere voorhoven staan hem open.

.Ta, wel zal hij zich als Messias openbaren aan Israël, maar niet in verbreking der bestaande orde; op den weg Gods, in gehoorzaamheid aan wet en orde.

Wat ontmoet hij daar?

Het eerste ruime voorhof, het laagste als men den tempelberg opklimt, is bestemd voor de Heidenen. Velen waren zij uit alle oorden der wereld, sedert door de verstrooiing van Israël in de landen van het Oosten en in die van het Westen de Israëlietische godsdienst bekend was geworden, die den éénen, onzichtbaren

V. 27

Sluiten