Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat alleen kan opgelost worden in zijnen geest, dat is, als de kerk arm wil zijn gelijk hij arm was, als zij geene rechten zich aanmatigt over den staat, zooals hij geene rechten deed gelden tegenover Kome. Hier in den tempel, het huis zijns Vaders, hier sterft de almacht des keizers, hier dringen de Eomeinsche legioenen niet door, hier komt wellicht een Cornelius, de hoofdman, maar zonder zwaard: hij komt er om te bidden. Hier sterve het gedruisch der wereld, hier worde de geest bepaald bij de dingen der eeuwigheid, en het hart verhefe zich in de aanbidding van den Onzienlijke. Hier mag de hand zich wapenen niet met het zwaard der wet maar met den geesel van touwkens, het symbool der uitdrijving van al het ongeestelijke, het onheilige, het wereldsche. Of liever — want de symboliek is tijdelijk en veranderlijk, en in de wijzen van hun optreden zyn de profeten, en ook Jezus, oosterlingen van top tot teen, — hier gelde het eeuwige woord, het zwaard des Geestes, en het huis des Heeren worde niet tot een huis des koophandels.

Van het zelotenrecht spraken wij: en diegenen uwer, die met de geschiedenis welke zich aan dien naam hecht, eenigermate bekend zijn, zullen zich wellicht verwonderen over dit samenvoegen van de daad van Jezus met dezen naam. Zijn zij ons niet bekend, die Israëlietische Communemannen van die dagen, die niet verschillen van hunne geestverwanten te Munster in de zestiende eeuw, te Parijs in de negentiende. Toch geldt hier de wet der tegenstelling in de verwantschap. Het recht kan tot onrecht worden, en buiten den geest Gods is het recht niet anders dan geweld. Het recht wordt eene doode letter, neen, eene vergiftigde lans in de hand van hem, die een God heeft als den Baal der Feniciërs en niet als den Jehova van Israël. Iedere daad, ook die op historisch recht kan steunen, is goed of kwaad naar de gezindheid waarmede zij verricht wordt.

Wij vragen naar de gezindheid van Jezus, toen hij deze tempelreiniging verrichtte. Het is een schoon woord in den 69ston Psalm waar de dichter klaagt over de smaadheden hem aange-

Sluiten