Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dit huis met handen gemaakt, dat reeds tweemalen verwoest en met den grond gelijk gemaakt was geworden, waaraan nu weder zes en veertig jaren gebouwd was geworden en nog een veertigtal jaren zal voortgebouwd worden, totdat voor de derde maal het paslood er over zal worden getrokken, en van die prachtige gebouwen geen steen zal gelaten worden op den anderen: niet dit steenen huis geldt die ijver. „Noch op dezen berg noch te Jeruzalem," dit woord zal weldra van diezelfde lippen gehoord worden, die hier ijveren voor het huis zijns Vaders. Neen: maar dit huis is hem het symbool der geestelijke Godsvereering, het middelpunt van den waren godsdienst op aarde. „De zaligheid is uit de Joden;" hij verloochent het niet, noch voor de Samaritaansche noch voor Pilatus den Romein, als reeds het oordeel over dit huis zal zijn uitgesproken. Hoe hoog stelt hij de roeping van Israël! Hoe volkomen erkent hij de uitverkiezing van dit volk onder de volkeren der aarde! Maar deze uitverkiezing is hem geene menschelijke gebondenheid, geene omtuining, met het opschrift: verre van hier de onheiligen. Zij is hem een haard van goddelijk licht, eene samenbinding van lichtstralen, die zich heinde en verre tot de meest verwijderde omtrekken zullen uitstrekken. Deze roeping van Israël is hem eene roeping om te zijn „een leidsman der blinden, een licht dergenen die in duisternis zijn;" de vervulling van den zegen aan Abraham beloofd. Dit hebben de profeten verwacht; dit heeft Simeon over hem geprofeteerd: dit gevoelt hij in zijn hart. „Het huis mijns Vaders," zegt hij, „Mijns Vaders." Ja, ook nu weder in de meest bepaalde, persoonlijke betrekking spreekt hij van God als van zijnen Vader. En die Vader blijft, ook al mocht dit huis worden afgebroken. Maar toch, die Vader heeft zich niet onbetuigd gelaten vóór zijne komst op aarde. Anders heeft hij zich geopenbaard in de geschiedenis dan in de natuur; anders in Israël dan onder de Heidenen. Trapsgewijze, opklimmende van hooger tot hooger is die openbaring; hier in dezen tempel heeft zij haar middelpunt, en daarom oefent die tempel eene geheimzinnige aantrekkingskracht uit op alle

Sluiten