Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dat in duisternis zat, heeft een groot licht gezien; en dengenen die zaten in het land en schaduw des doods, denzelven is een licht opgegaan." (Matth. IV: 16). Slechts kort duurde het, twee of drie maanden. In het vroege voorjaar, een maand voor Paschen, vinden wij Jezus op het feest, dat geen ander dan het Purimfeest kan geweest zijn, weder te Jeruzalem. Wat daar geschied is verhaalt Johannes in het vijfde hoofdstuk.

Wat Jezus bewogen mag hebben, thans niet zooals gewoonlijk met de karavane naar Jeruzalem voor het 1'aaschfeest op te trekken, maar zich daar reeds vroeger te bevinden, tot de vieiing van een nationaal feest, welke door de wet niet geboden was? Indien wij in aanmerking nemen dat Jezus in de gestaltenis eens dienstknechts wandelende onder de wet was, maar dat juist die wet hem de vrijheid liet om van de drie groote feesten, Paschen, Pinksteren, Loofhutten een te kiezen 0111 tot den tempel op te gaan, zou het dan gewaagd zijn te onderstellen dat hij het van de stemming der overheid en der Jeruzalemsclie bevolking zou laten afhangen, of hij ditmaal het eerste of het laatste dier feesten te Jeruzalem zou vieren, en dat hij 0111 die stemming te beproeven vroeger naar Jeruzalem was gegaan? Welnu, op dit voorafgaande Purimfeest was het, naar aanleiding van de genezing van eenen kranke aan het badwater Bethesda, gebleken hoedanig die stemming was. Zij zochten hem te dooden. Hij bleef dus niet voor het 1'aaschfeest, en zal eerst op het Loofhuttenfeest in het najaar, en dan nog slechts in de laatste dagen van dit feest, weder te Jeruzalem verschijnen. Nog vóór Paschen is hij terug in Galüea. Nu begint daar het tweede jaar zijner werkzaamheid, en openbaart zich daar langzamer, maar toch even beslist en met denzelfden uitslag, dezelfde crisis als te Jeruzalem. Zij begint reeds 11a het wonder in onzen tekst verhaald, en weldra zal hij overal op zijnen weg den Farizeër van Jeruzalem ontmoeten, hem bespiedende en het volk van hem afkeerende, en wordt hij in deze zes maanden tot aan het Loofhuttenfeest ook in zijn vaderland een balling, niet hebbende waar hij zijn hoofd kan nedeileggen,

Sluiten