Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

breekt het en deelt het uit aan zijne discipelen en „zijne discipelen aan degenen die nedergezeten waren, desgelijks ook van de vischjes, zooveel zij wilden.

„En als zij verzadigd waren, zeide hij tot zijne discipelen: Vergadert de overgeschotene brokken, opdat er niets verloren ga."

„Opdat er niets verloren ga.'' Neen niets. Waar God zegent, zegent hij overvloediglijk; en daar gaat niets van zijne gave verloren. Aan het overblijvende hecht zich weer nieuwe zegen.

„En zij vergaderden ze en vulden twaalf korven met brokken van de vijf gerstebrooden, welke overgeschoten waren dengenen die gegeten hadden."

O, gij die niet gelooft, die niet gelooven kunt wellicht, waar gij het wildet: geen harde woorden heb ik voor u, geen anathema weerklinke van den christelijken kansel; helaas, zij zijn er genoeg van gehoord. Maar erkent met een uwer wijzen, die ook het ongeluk had niet te gelooven: geene verdichting spreekt alzoo. Het verhevenste paart zich aan het eenvoudige. Onderzoekt of gij er genoeg aan hebt voor uw hart, of gij er grond voor hebt in uwe rede eenen God te gelooven, die aan de natuur gebonden ten slotte niets anders wordt dan het samenstel liarer onbegrepene en onbegrijpelijke wetten.

II.

„De menschen dan, gezien hebbende het teek en dat Jezus gedaan had, zeiden: deze is waarlijk de profeet die in de wereld komen zou. Jezus dan, wetende dat zij zouden komen en hem met geweld nemen opdat zij hem koning maakten, ontweek wederom op den berg, hij zelf alleen."

Zij wilden hem koning maken: des noods met geweld.

Koning, naar lnin model. Zij zijn niet tevreden met zijne wijze van koning te zijn.

Sluiten