Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

gerigen. Geene kracht blijve ongebruikt, geen invloed worde verwaarloosd, geen middel verworpen, geen tijd te kort, geen plaats te gering geacht. Eere bij menschen zoeken wij niet maar de eere Gods; en Jezus de koning openbaarde zijne koninklijke macht en heerlijkheid niet te Jeruzalem voor de rijke en geleerde Farizeërs die hem verwierpen, maar in de woestijn voor de scharen. En wanneer ik alzoo spreek van de roeping der gemeente om te werken wat zij werken kan, zoolang het dag is, waant met — hoe zou het kunnen? - dat ik onder de gemeente iets onpersoonlijks bedoel, de kerk als instituut, als overlevering, als organisatie. De gemeente - het zijn de levende christenen, de in waarheid geloovigen. Waant dus niet dat gij van die roeping zijt uitgesloten, gij kleinen naar de wereld, gij, die ieder afzonderlijk zoo lichtelijk zoudt klagen: wat vermag ik? Een ieder van u heeft iets van die overgeschoten brokken van de spijziging des Heeren. Een ieder van u heeft iets te geven, geestelijk, stoffelijk, omdat een ieder iets ontvangen heeft. , Geeft het om niet, zegt de Heer, gij hebt het om niet ontvangen." En dat iets,

ziet het wordt meer.

Wilt gij het geheim weten van de vermenigvuldiging der

brooden? Het is de liefde Gods, liefde geworden in den mensch. Dat is het middelaarshart van Jezus. Waar de liefde verkoelt, daar kwijnen de gaven en verdwijnen ten slotte. Waar de liefde toeneemt, daar vermenigvuldigen de gaven. Daar is de zegen. Het wegstervende herleeft; het kranke wordt geheeld; het kwijnende luikt weder op. De jeugd wordt vernieuwd en de ten doode opgeschrevene mensch rijpt de opstanding te gemoet. „De jongen zullen moede en mat worden, en de jongelingen zullen gewisselijk vallen; maar die den Heer verwachten, zullen de kracht vernieuwen, zij zullen opvaren met vleugelen gelijk de arenden; zij zullen loopen en niet moede worden, zij zullen wandelen en met

mat worden." (Jes. XL ; 30, 31).

Een enkel woord nog ten slotte over de derde vraag: aan wie schenkt Jezus zijne gave? Het antwoord is reeds gegeven

Sluiten