Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

plaatst althans in een toekomstig paradijs de weelde, die hij meent dat de tegenwoordige hem onthoudt; de Neger zelfs — maar ik wil niet verder gaan. Waar heerscht het beginsel deisociale revolutie, waar anders dan in de christenwereld? Welke is hare beteekenis? Geene toekomstige wereld; de tegenwoordige en wat zij aanbiedt. Een iegelijk handhaver van zijn eigen recht, zijn vermeend recht op zijn deel aan de goederen en de genietingen dezer wereld. Leven, leven en genieten, zoo veel, zoo lang wij kunnen: dat is hare leuze. „Laat ons eten en drinken, want morgen sterven wij." Zoo vertolkt het de kruisapostel. Eten en drinken, zoo luidt het in den platten toon der gemeene werkelijkheid; helaas, al te werkelijk voor velen, wier leven in deze zorg opgaat. Ons verstrooien en door het leven dartelen, fortuin zoeken en maken op allerlei wegen, zoo heet het op beschaafder wijze. En voor die zoogenaamde plichten afleiding in eene verzinnelijkte kunst, in eene vaak onreine literatuur, vooral in afwisseling van tooneelen, in een onophoudelijk buiten zich zelf zijn en buiten zich zelf leven. ,Brood en schouwspelen." Ja, dat roept de tegenwoordige wereld, en dat geeft zij u; wellicht. Zijt gij bevredigd?

Morgen sterven wij. Sterven! sterven! Ach, ziet het kind dezer eeuw op zijn sterfbed. Dat het ons vergund ware een blikte slaan in het hart van dien Cesar Augustus, die zijn naam had prijsgegeven voor zijn roem, een blik te slaan in dat hart, toen hij op liet punt stond door de menschen in de rij der goden opgenomen te worden!

„Deugd, gij zijt een naam": had de laatste republikein stervende gezucht. „Macht en eer, een damp zijt gij, die vergaat": zou dit niet op de lippen, in liet hart althans, geweest zijn van dien eersten geweldhebber dezer wereld, toen dat leven van bloed en lauweren, die gejaagde jeugd, die gerijpte kracht, die gevierde grijsheid in één blik voor zijn geest stond en in één ademtocht verdween? Wij weten het niet, en het is goed dat wij liet niet weten: maar één ding weten wij; een anderen dood kennen wij

Sluiten