Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

blijft. Ik erken bovenal dat, zoolang er zoo weinig bovennatuurlijks is in het leven van hen die aan het bovennatuurlijke gelooven, ik bedoel, zoolang het leven van hen die gelooven, zoo weinig verschilt van dat dergenen die niet gelooven, ja, wat meer zegt, zoo dikwijls daarbeneden staat, het moeilijk genoeg is het bovennatuurlijke in de geschiedenis zegevierend staande te houden. Maar ik voeg er ook bij, dat, als ik op de volslagene onmogegelijkheid zie, waarin bedoelde wetenschap zich bevindt om, ik zeg niet, de feiten — want die erkent zij niet — maar den oorsprong te verklaren van de verhalen, die ze mededeelen, en het ontstaan van het geloof aan die feiten, — als ik bovendien zie, dat die wetenschap niet rekent met de meest waarachtige zijde van het menschelijk leven d. w. z. met liet inwendige leven, dat zij de meest tastbare verschijnselen op zedelijk gebied voorbijgaat, ik de vrijheid neem aan deze wetenschap slechts een zeer ondergeschikte waarde toe te kennen en niet nalaten kan te gelooven, dat de bevreemdende schraalheid der resultaten die zij voortbrengt, er op uitloopen zal de tering te verraden waaraan zij lijdt, en haar een herscheppend beginsel te leeren zoeken in diezelfde verhalen, waaraan zij nu geene andere waarde toekent dan die van vrome legenden.

Inmiddels verheugt het mij dat, terwijl men in de scholen, welke zich het monopolie der wetenschap schijnen toe te eigenen, de verhalen die den grondslag onzer godsdienstige feesten uitmaken, als fabelen behandelt, de kerk voortgaat hare feesten te vieren van Kerstmis en Paschen, van Hemelvaart en Pinksteren. Waar de wetenschap verklaart, dat alle microscopische proefnemingen der scheikunde niet geleid hebben tot de ontdekking van engelen in de natuur — trouwens even weinig als de natuurwetenschappen eene ziel ontdekken in het organisme van den mensch — is het goed altijd op nieuw den hemelschen lofzang te hooren aanheffen : Eere zij God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in de menschen een welbehagen.

Laat ons nu het gezegde op de verhalen van het Kerstfeest

Sluiten