Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

toepassen. Volgens deze verhalen dan is het groote verschijnsel in de geschiedenis, dat men kerk of, zoo men liever wil, Christendom noemt, begonnen met de geboorte van een Israëlietiscli kind uit eene minvermogende moeder, in eenen stal in een klein stadje van Judea. De geboorte van dit kind is onopgemerkt gebleven. Alleon, volgens een ander verhaal, had een koning, die weinig noodig had om argwaan op te vatten, vernemende dat eenige Wijzen, om reden die men moeilijk na kan gaan, aan de geboorte van dit kind groote verwachtingen vastknoopten, had die koning, zeg ik, heimelijk eenige kinderen van dat stadje doen ombrengen, in de hoop door dien duisteren moord ook dat kind van den timmerman te treffen, 't welk de Oostersche wijzen volhielden den koning der Joden te noemen. Ziedaar, als men het zoo noemen kan, de geheele maatschappelijke en staatkundige beteekenis van deze geboorte. Hoe kon men verwachten, dat er in de jaarboeken der eeuw melding van zou gemaakt worden ? Om deze geboorte, zoowel als om dit geheele leven te verhalen, was er eene geheel bijzondere soort van geschiedschrijvers noodig. Er waren geschiedschrijvers noodig, zooals er geen konden opstaan dan uit dat volk, 't welk zijne geschiedenis als eene geschiedenis van goddelijke daden verhaalt. In onze dagen redetwist men vaak over de ingeving der Heilige Schrift. En verre van mij het gewicht van dit onderwerp te ontkennen. Ik veroorloof mij echter op te merken, dat de vraag naar den inhoud der Schriften daarbij zeer weinig op den voorgrond komt. De kerk zegt: het boek is \an God. Maar, antwoordt de wetenschap, doe het dan open: is niet alles, wat er instaat, van den mensch, taal, gedachten, methode, bewijsvoering, ja, wat zeg ik, zelfs fouten en dwalingen ? — Het zij zoo; maar zou het niet kunnen zijn, dat deze schrijvers allen te zamen, niettegenstaande het zeer individueele, dat hun eigen is, onder de macht waren van eene gedachte, van een beginsel, laat mij liever zeggen, van een geest, die grooter was dan zij zeiven, en die he'n bezielde, zelfs zonder dat zij het wisten? Zou het niet kunnen zijn, dat deze gedachte, dit beginsel, dat gij wellicht

Sluiten