Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

werd aangevoerd; liet verwijt scheen Elia te treffen. Men kan het als een vraag opvatten: „Kent gij niet den geest der genade en der zachtzinnigheid, wiens organen gij zijt?" of als een bevestiging, ongeveer in denzelfden zin: „Gij weet dus nog niet, van welken geest...?" of eindelijk in een veel strengeren zin: „Gij weet niet van welken (duivelschen) geest gij uzelf tot werktuigen maakt, door aldus te spreken." Deze laatste opvatting is die van Auguslinus en Calvijn. Zij komt mij voor, niet in overeenstemming te zijn met den eersten indruk, dien het ovx oiëxts maakt, dat veeleer het aanzien van een vraag heeft. De eerste beteekenis is die, welke mij toeschijnt, het meest overeen te komen met de goedheid van Jezus. Onder het woord geest verstaat Hij de nieuwe geestelijke macht, die Hij op aarde brengt, en onder de uitdrukking: (kinderen) zijn van de afhankelijkheid, waarin de geloovigen zich stellen met betrekking tot dien geest. Elia behoort tot een ander tijdperk, dat openbaringen van een geheel anderen aard vereischte. — Men heeft gemeend, dat de bijnaam van ionen des donders, die aan Jakobus en Johannes gegeven werd, van deze gebeurtenis dagteekende. Doch Jezus zou de herinnering van een door zijn twee geliefde discipelen begane fout niet op deze wijze vereeuwigd hebben.

Vs. 56. De woorden: „Want de Zoon des menschen

om te redden" hebben een zeer krachtigen steun in de oude Mjj., waarbij ditmaal ook de Cantabrig iensis zich voegt. Zij zijn waarschijnlijk een aan 19 : 10 en Matth. 18 : 11 ontleende glos.

2. Vs. 57—62: De drie discipelen.

De twee eersten van deze drie korte tooneelen zijn ook bij Mattheus (8 : 19—22) vereenigd. Markus laat alle drie weg. Het is niet waarschijnlijk, dat zij onmiddellijk achter elkander zijn voorgevallen; zonder twijfel werden zij, evenals de Sabbatstooneelen (6: 1—11), wegens hunne innerlijke gelijkheid bij elkander gevoegd. Zij vormden een van de groepen, waaruit

Sluiten