Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

60. Maar Jezus zeide tot hem: Laat de dooden hunne dooden begraven; doch gij, ga heen, en verkondig het koninkrijk Gods."

Lukas zegt: een anderen-, Mattheus: „een ander uit zijn discipelen", hetgeen desnoods zou kunnen beteekenen: „een ander persoon, die zich onder de discipelen bevond", en niet in zich zou sluiten, dat de vorige ook een discipel was. Doch deze opvatting is minder natuurlijk. — Ditmaal neemt Jezus het initiatief. Hij heeft in dezen discipel een degelijk karakter ontdekt en een bedachtzamen en zelfs overdreven omzichtigen geest; zoo iemand moest niet tegengehouden, maar aangespoord worden. Hij wil een einde maken aan zijn aarzeling en roept hem, om Hem te volgen. De verontschuldiging, die deze man aanvoert, heeft den schijn van gegrond te zijn, terwijl het antwoord van Jezus in strijd schijnt te zijn met het gevoel van natuurlijke betamelijkheid en kinderlijke piëteit. En als er sprake was van een uitstapje van een of twee dagen, zou ik zeker er van afzien dit woord te rechtvaardigen, zelfs of vooral wanneer men het opvat in den onmogelijken zin, dien Hase er aan toekent: „Sta mij toe, mijn vader, die op sterven ligt, de oogen toe te drukken, voordat ik U volg". Maar de zaak wordt geheel anders, als Jezus het tooneel zijner vroegere werkzaamheid voor altijd verlaat, en vertrekt, om niet weder te keeren. Als deze man in het beslissend oogenblik achterblijft, zal hij zich dan ooit weêr bij Hem komen voegen? Eenmaal in den kring van zijn familie en van zijn bezigheden teruggekeerd, zal hij zich spoedig weer verstrikt zien, en niet meer de kracht hebben om alles te verlaten. Er zijn in het zedelijk leven beslissende oogenblikkken, waarin men terstond moet doen wat gedaan moet worden, daar het anders nooit meer zal kunnen geschieden. De wind waait; is hij eenmaal gaan liggen, dan zal het schip niet meer de haven kunnen verlaten. Maar een vader begraven, is dit niet een heilige plicht? Zeer zeker ... als een hoogere plicht zich Gooet, Irulcas. II. ^

Sluiten