Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

laatste treedt te Jeruzalem op, in de dagen, die aan het lijden voorafgaan, en bovendien is het onderwerp van het gesprek, zooals Meyer erkent, geheel verschillend. De schriftgeleerde van Jeruzalem verlangt van Jezus te vernemen, welk gebod het grootste is; dit is een theologische kwestie. Die van Galilea begeert, evenals de rijke jongeling, dat Jezus hem het middel zal aanwijzen, om de zaligheid te verwerven; dit is een zuiver practische kwestie. En waarom kan niet meer dan één Rabbijn in Israël met Jezus een onderhoud hebben gehad over dergelijke onderwerpen? Weiss, die aanneemt, dat onze schriftgeleerde identisch is met dien van Markus en Mattheus, meent, dat Lukas het bericht omgewerkt heeft. Inderdaad, dermate omgewerkt, dat het onherkenbaar geworden is en veeleer op een zuivere verdichting gelijkt! Als de gelijkenis van den barmhartigen Samaritaan niet reeds in het oorspronkelijke verhaal tot het gesprek met den schriftgeleerde behoord had, wat zou er dan van het geheele tooneel nog overig blijven? Het zou zoo onbeduidend worden, dat men niet zou kunnen begrijpen, waarom de overlevering het bewaard heeft. Het verband, dat het 29ste vers tusschen het gesprek en de gelijkenis vaststelt, wordt volkomen bevestigd door de leering, die door de gelijkenis móet worden toegelicht (vs. 36, 37), en waarvan de echtheid boven allen twijfel verheven is.

1°. Y. 25—28: Het gesprek met de schriftgeleerde.

Vs. 25—26. „En zie, een zekere wetgeleerde stond op, Hem op de proef stellende en zeggende: Meester, wat moet ik doen om het eeuwige leven te beërven? 26. En Hij zeide tot hem: Wat is in de wet geschreven? Hoe leest gij?11

In Griekenland zoekt men de waarheid, in Israël jaagt men naar het heil, en, om het te verkrijgen, naar de rechtvaardigheid. Wij vinden dan ook dezelfde vraag weder in

Sluiten