Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en gereed om te vertrekken. Ten onrechte is dat woord door de Alexandr. weggelaten. — Twee penningen bedragen ongeveer 90 cents. — Nadat hij den gewonde naar de herberg gebracht had, had hij zich ontslagen kunnen achten van alle verdere verantwoordelijkheid ten aanzien van hem, en hem aan de zorg zijner eigene landgenooten kunnen overgeven met deze woorden: „Hij is meer uw naaste, dan de mijne". Maar het medelijden, dat hem gedrongen heeft, om te beginnen, noodzaakt hem ook, om tot het einde toe voort te gaan. — Welk een meesterstuk is deze schilderij! Zij is blijkbaar tot ons gekomen, zonder iets van haar oorspronlijke frischheid te hebben verloren.

3°. Vs. 36—37. Het besluit van het gesprek.

Ys. 36—37. „Wie1) van deze drie dunkt U, de naaste te zijn geweest van hem, die onder de struikroovers gevallen was? 37. En hij zeide: Die barmhartigheid aan hem gedaan heeft. Jezus zeide dan 2) tot hem: Ga heen en doe desgelijks!"

De vraag, waardoor Jezus den schriftgeleerde noodzaakt, zelf de toepassing van de gelijkenis te maken, schijnt verkeerd gesteld te zijn. Volgens het thema van de woordenwisseling: „Wie is mijn naaste?" (v. 29) schijnt het, dat zij had moeten luiden: En gij, wien moet gij als uw naaste beschouwen, om u zóó jegens hem te gedragen als deze Samaritaan jegens uw landgenoot heeft gehandeld? Doch daar de uitdrukking naaste een wederkeerige betrekking in zich sluit, heeft Jezus het recht, de uitdrukkingen om te keeren en de vraag te doen: „Door wien meent gij, dat gij

1) T. E. leest hier ovv, met AC en 14 Mjj.; »BLH Itpl" Syrcur laten >t weg.

2) T. R. leest ouv, met A en 12 Mjj.; N B O 1> en 5 Mjj.-. J«.

Sluiten