Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

des Heeren ligt niet in de woorden, maar in het kinderlijk gevoel, dat zich hier door middel van deze reeds bekende uitdrukkingen uitspreekt. — De naam van God geeft de openbaring van het goddelijk Wezen in het hart van het schepsel, den weêrschijn van het wezen Gods in het bewustzijn des menschen te kennen. Dit is de reden, waarom deze naam slechts in één enkel Wezen in volkomenheid te vinden is, nl. in Hem, die zelf het volmaakte evenbeeld van God is ' en die alleen Hem op volmaakte wijze kent. Daarom zegt God in Ex. 23 : 21 van Hem: „Mijn naam is in Hem". En ziedaar ook de reden, waarom deze naam heiliger kan en moet worden, dan hij is: hij moet - dit is de zin van de uitdrukking geheiligd — heilig gemaakt worden in alle wezens, die God nog maar op onvolkomene wijze kennen. Wat al Gode en zijn wezen onwaardige begrippen zag Jezus nog onder de menschen heerschen! Hij wil, dat zijn discipelen God bidden, om in ieder menschelijk geweten op krachtige wijze van zijn'heilig wezen te getuigen, op at a e grove of fijne afgoderij, zoowel als alle Pharizeesche vormendienst, voor altijd een einde moge nemen, en ieder mensch met de Seraphijnen in aanbidding moge uitroepen: Heilig,

heilig, heilig (Jes. 6)! , , ,

Als de kennis van den heiligen God tot op den bodem des harten straalt, dan kan het rijk Gods daarin opgericht worden. Want waar God recht gekend wordt, daar heerscht Hij ook. De uitdrukking koninkrijk Gods duidt de nieuwe orde der dingen aan, die historisch door Christus gegrondvest is, en die zich hier beneden door het geloof in Hem ontwikkelt, totdat iedere menschelijke wil zich uit eigen beweging aan den wil van God onderworpen heeft, en uit deze eenheid van wil die uitwendige en maatschappelijke toestand voortvloeit, welke de bestemming zal verwezenlijken, die de menschheid volgens het goddelijk plan heeft. De aor. «£r«, kome, omvat de gansche reeks van de historische feiten, die dezen staat van zaken met zich mede zullen brengen. Deze imperativus drukt het diepste verlangen van het kind Gods uit, en geeft tevens de zekerheid der verhooring te kennen.

Sluiten