Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rijk Gods tot u gekomen. 21. Wanneer de sterke, die goed gewapend is, zijn hof bewaart, zijn al zijn goederen in veiligheid. 22. Maar zoodra een ) sterkere dan hij, onverwacht komende, hem overwonnen heeft, ontneemt hij hem zijn wapenrusting, waarop hij vertrouwde, en deelt zijn buit uit."

Als het werk van Jezus niet het werk des Satans is, dan volgt daaruit, dat het het werk Gods is en het duidelijk bewijs, dat de Satan een beslissende nederlaag heeft geleden. — Door den vinger van God, zegt Jezus: zonder die kunstgrepen en tooverformulieren, waarmede de exorcisten te werk gaan. Hij behoeft slechts den vinger op te heffen, en de Satan verlaat zijn prooi. Deze spreekwijze is het zinnebeeld van de uiterste gemakkelijkheid; vgl. de uitdrukking der toovenaars van Pharao bij het zien van de wonderen van

Mozes, Ex. 8 :19.

Ys. 21. Als dit zoo is, dan mogen zij zich in acht nemen. Het oogenblik is ernstig. Stort het rijk van den Satan in, dit geschiedt, omdat het rijk van God gekomen is. Tot hiertoe hebben zij zich voorgesteld, dat dit rijk met gedruis zou komen. En nu is het daar, zonder dat zij het vermoeden. De bepaling è(p' üpx;, tot u, doet zien, dat men het woord (pöxvetv hier niet kan opvatten in zijn gewone beteekenis van voorkomen, maar dat het hier de beteekenis heeft, waarin het dikwijls in het latere Grieksch en in het N. T. (Rom. 9:31; 2 Cor. 10:14; Philipp. 3:16) voorkomt, nl. die van: bereiken, komen tot. Dit heeft iets drei¬

gends: het is gekomen als een oordeel, dat u treffen zal. In dit geheele gedeelte gevoelt men een verkropte verontwaardiging. Deze laatste woorden, vol majesteit, ontsluieren voor de tegenstanders al de grootheid van hetgeen in deze

1) N B D L r Cc p. laten het artikel o weg. dat T. K. met al de auderen leest.

Sluiten