Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ure geschiedt en het tragische van de houding, die zij tegenover Jezus aannemen. In plaats van: door den vinger van God, zegt Mattheus: door den Geest van God. Weizsdcker meent, dat Lukas met opzet deze uitdrukking veranderd heeft, omdat zij Jezus van den II. Geest afhankelijk scheen te maken. Weiss neemt aan, dat de plastische uitdrukking: de vinger van God, die meer met den stijl van Lukas overeenkomt, van zelf uit zijn pen gevloeid is. Wat mij betreft, ik geloof, dat Jezus, niet minder dan Lukas, van een plastischen stijl hield, en dat de abstracte vorm van Mattheus geenszins de voorkeur verdient (zie Bleek). — Markus laat vs. 19—20 weg. Zou hij dit gedaan hebben, als hij dezelfde oorkonde als de anderen onder de oogen had gehad?

Vs. 21 en 22 bevestigen door een grootsch beeld de gedachte, die in vs. 20 is uitgedrukt. Het eigendom van den Satan (de bezetenen) is op dit oogenblik aan plundering prijsgegeven (de genezingen van bezetenen); wat bewijst dit anders, dan dat de eigenaar zelf overwonnen is geworden door een tegenstander, die sterker is dan hij? Anders zou hij zich niet op deze wijze van het zijne laten berooven. Dit beeld van twee helden, waarvan de een goed gewapend voor zijn kasteel staat, gereed om het te verdedigen, en de ander eensklaps verschijnt, den eersten nederwerpt en al den buit des vijands onder de zijnen verdeelt, is aan Jes. 49 : 24—25 ontleend; de profeet past het toe op Jehova, die zijn volk aan de handen van den heidenschen onderdrukker ontrukt. Er bestaat een tegenstelling tusschen de twee conjuncties otxv, wanneer, zoolang als, en èxav Si, maar, zoodra; de eerste past voor den langen tijd van veiligheid, dien de eerste eigenaar in het rustig genot van zijn eigendom heeft doorgebracht (èv eipvjvy); de tweede, voor de plotselinge aankomst van den held, die overwinnaar is. Het woord ot,u\vi, dat eigenlijk de afgeslotene plaats vóór het huis, ook de binnenplaats van het huis (22 : 55) te kennen geeft, duidt hier, zooals menigmaal (Matth. 26 : 3, en in het ongewijde Grieksch), het huis-zelf, het paleis, aan. Mattheus en Markus gebruiken het woord olxlct. — Het ; vóór i<rx^pirepoi

Sluiten