Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

heeft hij vrienden noodig. Hij noodigt zeven geesten uit, die boozer zijn dan hij. Deze laten zich niet lang smeeken, en de vroolijke bende komt met gedruis in dit zoo goed toebereide huis. Ditmaal kan men er zeker van zijn, dat er niets zal ontbreken aan de physische en psychische verwoesting van den ongelukkige. In dezen toestand van hopelooze werïerinstorting had Jezus den bezetene van Gersa (8 : 29) en Maria Magdalena (8 : 2) aangetroffen. Vandaar do uitdrukkingen legioen en zeven daemonen, die een toestand aanduiden, welke het gevolg is van een of meer wederinstortingen. Zoo werpt Jezus het verwijt van samenspanning met den satan en van strijd tegen God van zich af, en laat Hij het vallen op de door zijn tegenstanders opgehemelde exorcisten. Al deze beelden waren zeker gemakkelijk te verstaan in een kring, waar dergelijke feiten iets gewoons waren. Kan men zich dan verwonderen over den geestdriftvollen uitroep van die vrouw (vs. 27), die zich geheel vrijwillig tot het orgaan van de gevoelens van het volk maakte?

Het is duidelijk, dat Mattheus (12:43 en verv.) aan deze schildering een geheel andere beteekenis geeft. Hij ziet daarin een gelijkenis, die de geschiedenis van het Joodsche volk voorstelt, volgens Hofmann in dezen zin: dat de genezen kranke, die weder instort, Israël zou zijn, dat door zijn verkiezing en de openbaring, die het ontvangen heeft, verlost was, maar thans wegens zijn verharding en de verwerping van het door Christus gebrachte heil in een toestand vervalt, welke erger is dan die, waaraan God het onttrokken had; of volgens Stier in dezen zin: dat Israël, na door de Babylonische gevangenschap van afgoderij genezen te zijn, door zijn Pharizeeschen hoogmoed in een nog ergeren toestand geraakt is; of volgens Keil in dezen zin: dat de poging, die door middel van de geheele geschiedenis van Israël in het werk is gesteld, om het te genezen, een einde neemt met de verwerping van den Messias, die zijn ondergang voltooit; of eindelijk volgens Weiss in dezen zin: dat het volk, na door de werkzaamheid van Johannes den Dooper en de aanvangen van die van Jezus een gunstige verandering te

Sluiten