Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

digen: „Weet gij dan niet, dat God geest is?" Dit algemeen aangenomen beginsel moest het pharizeïsme den doodsteek geven. Eenige uitleggers, Luther b.v., hebben dit vers anders verklaard: „De mensch, die het buitenste (rein) gemaakt heeft, heeft daarom nog niet het binnenste (rein) gemaakt." Doch deze beteekenis van iroieTv kan niet worden toegelaten, en het ov%, dat aan het hoofd van den zin is geplaatst, doet zien, dat deze een vragende zin is.

Vs. 41. Wij hebben ir\vjv met veeleer vertaald. De letterlijke beteekenis, behalve, laat zich aldus verklaren: „Als al deze dwaasheden ter zijde gesteld zijn, blijft er niets anders te doen over, dan..." De uitdrukking tx ivovr* hetgeen er in is, kan slechts beteekenen: betgeen in de drinkbekers en schotels is. En juist omdat dit tv. evovrx niet hetzelfde te kennen geeft als het to hxècv, het binnenste, in hetgeen voorafgaat, heeft Lukas een andere uitdrukking gebruikt. Jezus wil zeggen: „De besteding van uw goederen in den dienst der weldadigheid zou een beter middel zijn, om uwe maaltijden rein te maken, dan deze zoo angstvallige reiniging van uwe drinkbekers en schotels. Koti iSsu, En ziet-, dit resultaat zou in een oogwenk verkregen worden. Deze uitspraak wil geenszins te kennen geven, dat de goede werken verdienstelijk zijn. Jezus zou toch niet tot het pharizeïsme vervallen zijn op hetzelfde oogenblik, dat Hij het verpletterde. Hij stelt eenvoudig de werkelijkheid van een verrichte weldaad tegenover de nietigheid der uitwendige gebruiken. Hij beveelt hier iets dergelijks aan als hetgeen Johannes de Dooper de scharen aanraadde (3 : 11): „Als gij twee hemden hebt, geef er een van aan hem, die er geen heeft; dit zal het beste middel zijn, om het gebruik, dat gij van het andere maakt, te rechtvaardigen." Hier is nog geen sprake van het heil, maar van de gezindheden, die daarvoor voorbereiden.

Vs. 42. Het x>.xi, maar, stelt de werkelijke handelwijze der Pharizeën tegenover de gedragslijn, waarover Jezus zoo even gesproken heeft: „Maar wel verre van dat eene (tA>jk) te doen, doet gij veeleer dit." — Ieder Israëliet moest de

Sluiten