Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van dit geslacht worde afgeëischt: 51. van het1) bloed van Abel af tot aan het bloed van Zacharia, die gedood is tusschen het altaar en den tempel; ja, ik zeg het u, dit bloed zal van dit geslacht worden afgeëischt."

De godsdienst, die in het hoofd zijn zetel heeft, gaat bijna altijd gepaard met haat tegen de levende vroomheid, den godsdienst des harten, en wordt daarom licht vervolger. — Alle reizigers, vooral Robinson, maken melding van de merkwaardige graven, die de graven der profeten worden genoemd, en zich in de omstreken van Jeruzalem bevinden. Misschien was men juist in dien tijd met het bouwen daarvan bezig, men meende daardoor de misdaad der vaderen goed te maken. Door een stoute wending schrijft Jezus aan de uitwendige handeling een doel toe, dat het tegenovergestelde is van haar schijnbaar doel, maar met haar werkelijken geest overeenkomt: „Uwe vaderen hebben gedood; gij begraaft; gij voltooit hun werk!" Volgens Hofmann wil dit verwijt te kennen geven, dat zij meenen, hun plicht vervuld te hebben, wanneer zij de doode profeten door het bouwen van deze graven eeren, hoewel zij de moeite niet namen, hun geest te doen herleven. Aldus opgevat, zou het verwijt veel te zwak zijn.

Vs. 48. De lezing ^mp-tupsne, gij getuigt, van den T. R. geeft dezen zin: „Door te begraven, legt gij getuigenis af van de werkelijkheid van den door uw vaderen gepleegden moord." Maar de Alexandr. lezing, nxprups; fors, gij zijt getuigen, verdient de voorkeur: „Gij vervult in dit bloedige drama de rol van getuigen," een uitdrukking, die een toespeling op de officiëele rol der getuigen bij de steeniging (Deut. 17:7; Hand. 7 : 58) schijnt te bevatten. De twee uitdrukkingen: [/.xpruc, getuige, en rvviudweh, goedkeuren,

1) N B en 4 Mjj. laten beide keeren toj weg.

Sluiten