Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

de wijsheid Gods aldus liet spreken, of zelf dezen titel had. Maar door geen enkel voorbeeld kan worden aangetoond, dat Jezus een boek heeft aangehaald, dat niet kanoniek is, en de uitdrukking apostel doet duidelijk zien, dat wij hier met zijn eigen woorden te doen hebben. Bovendien is de gedachte van vs. 50 en 51 veel te ernstig en te geheimzinnig, om aan een anderen, dan Jezus-zelf te worden toegeschreven. Riggenbach meent, dat Jezus zichzelf met die uitdrukking heeft willen aanduiden, daar Hij, als Logos, de mensch gewordene wysheid van God is (Spr. 8); zoo zou de vorm lyi> xxoiTTéMu, „ik zend" bij Mattheus zich op ongedwongene wijze laten verklaren. Gess is van gevoelen, dat het de Evangelist is, die Jezus dezen titel geeft. Anderen nemen aan, dat men zich in de mondelinge overlevering er aan gewend had, bij het aanhalen van deze uitspraak het woord lyü, ik, door den eeretitel: „de wijsheid Gods" te vervangen. Maar noch in den mond van Jezus, noch in dien van den Evangelist, noch in de mondelinge overlevering is het gebruik van zulk een uitdrukking, in plaats van den naam van Jezus of van het pronomen van den eersten persoon, natuurlijk. Ook zou men in dezen zin het praes. zegt en niet het perf. heeft geiegd verwachten. Want het is onaannemelijk, dat Jezus hier een vroeger door Hem-zelf gesproken woord aanhaalt (Meijer). Olshausen onderstelt, dat Jezus 2 Kron. 24 : 19 heeft willen aanhalen. Als men hier een citaat uit het O. T. wil vinden, dan geloof ik, dat men veeleer aan Spr. 1 : 23—26 zou moeten denken, waar God een nieuwe uitstorting van zijn Geest voor den dag des onheils aankondigt, en wel in een boek, dat nu en dan bij de kerkvaders *) „de Wijsheid Gods" genoemd wordt. Maar deze meening, die ik in de vorige uitgaven van dezen Commentaar heb uitgesproken, heeft geen bijval gevonden. Daarom schaar ik mij aan de zijde van die nieuwere uitleggers (Hofmann, Weiss, Keil), die deze uitdrukking, evenals 7 : 35, met het door het god-

1) Clemens Romauus, Irenaeus, Hegesippua, Melito.

Sluiten